
In de prachtige Dom van Xanten, een oud stadje in Duitsland, even over de grens bij Nijmegen, staat een moderne lezenaar. Deze is versierd met een visnet met vissen die gezichten van mensen hebben.
Deze versiering verwijst naar de belofte van Jezus in Marcus 1, 17 aan zijn eerste leerlingen: ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Het net rond deze vissen vertoont echter gaten. De vissen kunnen het net weer uitzwemmen.
Christen ben je op basis van vrijwilligheid. Zij die christen zijn, herkennen zich in de vogels, afgebeeld op de tafel naast deze lezenaar: zij staan zowel luisterend afgebeeld, gericht naar de lezenaar, als ervan wegvliegend om het goede nieuws in woord en vooral in daad verder te brengen.







Een van de ontwikkelingen in de laatste vijftig jaar is geweest dat onze voorstelling van God is veranderd. Van een God voor wie men bang was, een God die probeerde zijn eer op te houden, een God die verzoend moest worden wanneer mensen hem in zijn eer aantastte, een God die over ons zou oordelen en ons bij elke stap volgde, een almachtige, over alles en allen heersende God, een mannelijke God, zijn we gegroeid naar een God die liefde is. Een God die van mensen houdt en wiens hoogste glorie de mens is.