Geloof is geen systeem

‘God’ is geen soortnaam, maar een eigennaam. Daarom schrijven we dit woord met een hoofdletter. God is in de christelijke traditie een ‘tegenover’. God is aanspreekbaar; je kunt je tot God richten. Het hart van het geloof is het vertrouwen op ‘God’. Deze God is ons nabij als een helende en bevrijdende kracht in onze menselijke relaties. We kunnen hem of haar ook aanduiden met onpersoonlijke woorden als bron, licht, stem.

Het woord ‘God’ heeft voor mensen van nu vaak iets benauwends. Het kan de suggestie wekken dat we altijd voor God moeten buigen. Dit te meer als het woord God het beeld oproept van een persoon – een man – die alles bestuurt, over ons leven beslist, met strengheid of met welwillendheid op ons neerkijkt en uiteindelijk zorgt dat alles in orde komt.

‘Hoe bewijs ik dat God bestaat?’, vroeg een meisje me. Ik antwoordde dat er geen bewijs is. We ontmoeten in onze wereld alleen de dingen die tot onze wereld behoren, en dus nooit God. Maar je kunt evenmin bewijzen dat een ander van je houdt. Je vertrouwt dat die liefde er is, hoewel je die op zich niet kan zien. Het bekent pas iets als je erop durft te varen.

Doet het ertoe om op God te vertrouwen? Die vraag is niet in één zin te beantwoorden. Heel deze site gaat erover. Ik beperk me hier tot een tegenvraag. Wanneer ik ‘s avonds laat thuiskom en iedereen is al naar bed, dan kom ik toch in een bewoond huis. Ik zie mijn huisgenoten niet, ze slapen, ze lijken afwezig, maar ze zijn er wel. Is dit niet een andere ervaring dan ‘s nachts in een huis te komen waarin niemand aanwezig is? Maakt het voor een mens verschil te weten in deze wereld met liefde gezien te worden in welke omstandigheden ook?

We kunnen alleen maar onszelf zijn in de aanwezigheid van een ander. Geloven in God is leven in aanwezigheid van de Ander. Dat maakt het mogelijk alleen en onafhankelijk te zijn zonder tot eenzaamheid te vervallen. Door te vertrouwen op God is het mogelijk opgewekt te leven. Ik hoef mezelf niet te zien als een slachtoffer van de omstandigheden en van anderen.

Ik ben niet het centrum van de werkelijkheid. Dat maakt mij onafhankelijk tegenover anderen. Hen bekijk ik niet allereerst als concurrenten, maar ik zie ze als kinderen van dezelfde God. Ik kan actief en creatief in het leven staan, maar tegelijk ontvangend en genietend.

Ik kom nog uitgebreid op het woord ‘God’ terug. Voorlopig is het belangrijk te weten dat christenen niet op een bepaald geloofssysteem, op een reeks formules of op een organisatie vertrouwen, maar op God.

Deel!Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Print this page

2 Comments

Opgeslagen onder God

2 Responses to Geloof is geen systeem

  1. André Lascaris

    Ja, dat kan, het een moet het andere niet uitsluiten.

  2. wout gerritsma

    Ik heb moeite met het idee dat God een tegenover is.Voor mij is hij meer een aanwezige deel van dan een tegenover.
    Hij ademt in mij. Misschien zelfs Hij ademt mij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *