Traditie: een veranderend samenraapsel

'Geloven wordt in de christelijke traditie vaak vergeleken met een voetpad.'

Spontaan denken we dat ‘traditie’ met het verleden te maken heeft. Misschien denken we zelfs dat traditie iets onveranderlijks is; een fossiel misschien wel.

Ik kijk even naar mijn eigen traditie. Ik ben geboren in Amsterdam, vlak vóór de Tweede Wereldoorlog. Ik weet dat de plaats en tijd van mijn geboorte invloed hebben gehad op de rest van mijn leven. Dat geldt voor elk van ons. We zijn gevormd door de taal, de houdingen, gewoonten, herinneringen, verhalen en de waarden van onze omgeving. Dat is de eerste betekenis van ‘traditie’.Als we ouder worden kunnen we wat afstand nemen van die vorming en zelf kiezen welke woorden, ideeën en stijl we willen volgen. Zo komen we volwassen, zelfstandig én creatief in de wereld te staan. We komen op nieuwe ideeën en gaan een traditie vormen. Als het goed is wordt het verleden meegenomen, maar wel op een nieuwe manier, met nieuwe elementen uit allerlei bronnen.
Dat samenraapsel noemen we ‘onze traditie’.

Traditie verandert voortdurend. Er is geen vaste kern die onveranderd doorgegeven wordt. Juist daardoor leeft een traditie. De veranderingen kunnen geleidelijk en bijna onopgemerkt verlopen, maar er kunnen zich ook breuken voordoen, bijvoorbeeld door de ontmoeting met andere tradities. Vaak worden die breuken pas later opgemerkt.

Het staan in een traditie geeft ons een gevoel van veiligheid. We kunnen uit ons doen raken als een traditie verandert, ook als dat om heel praktische zaken gaat, zoals eetgewoonten. De routine van de traditie voorkomt dat we telkens moeten denken wat we nu weer moeten gaan doen om verder te kunnen. Maar tradities kunnen ook beklemmend zijn en ons inperken in onze vrijheden. Kijk bijvoorbeeld maar hoe lang het geduurd heeft voor vrouwen in onze cultuur een volwaardige plek kregen.

Gelovige mensen erven een traditie en scheppen die deels zelf. Ook hun traditie verandert. Als dat niet zo was, had ik deze teksten niet hoeven te schrijven. Voor de christelijke beleving van het geloof is het het vertrouwen dat er altijd een nieuw begin mogelijk is, van fundamenteel belang.

Geloven wordt in de christelijke traditie vaak vergeleken met een voetpad. Het pad slingert, gaat nu eens omhoog, dan weer omlaag, het ene moment langs een veld, dan weer door een bos. Soms moet je over een beek springen. Het pad kruist andere paden, gaat daarmee samen op, buigt af. Je bent eigenlijk niet meer op het oorspronkelijke pad, toch is het jouw pad. Geloven en vertrouwen is een afwisselend en levend gebeuren.

De taal van een traditie kan echter hard en onbuigzaam worden. Ze kan verkalken en uiteindelijk tot een steenwoestijn worden. Dan moeten de bronnen van de traditie en van andere tradities worden aangeboord, zodat het land weer groen wordt, de taal weer levend. Telkens moet hernomen worden waar het eigenlijk ten diepste om gaat: om vertrouwen.

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.