Rijk zijn is een relatie

De Eclipse van de Russische miljardair is (vooralsnog) het grootste jacht ter wereld: 162,5 meter. Het kostte 700 miljoen euro. Klik op de foto om een ‘top tien van grootste jachten’ te zien.

Vergeleken met de bezitters van dat schip ben je arm. Je hoort niet echt bij de upper ten. Je voelt je opgelaten als je toch even bij een receptie in hun aanwezigheid mag zijn.Wat kun je beter doen dan na de vakantie je op je werk storten? Dit in de hoop verder en sneller op te klimmen met het risico voortijdig te moeten opgeven wegens een hartinfarct of iet dergelijks.

Rijk zijn is niet een eigenschap die je hebt of niet hebt. Rijk zijn is een relatie met andere mensen, op grond van de hoeveelheid goederen waarover iemand beschikt.

Rijk kijkt naar rijker

Als iedereen in goud gekleed gaat en jij in zilver, hoor je bij de armen. Voor een rijke zijn andere rijken het criterium, het vergelijkingspunt. Je bevindt je op een ladder. Er zijn mensen die hoger en verder aan het klimmen zijn, er zijn anderen die op bijna gelijke hoogte of veel lager aan het klimmen zijn. Het punt is dat je degenen die boven je klimmen inhaalt, zonder zelf ingehaald te worden door hen die achter jou aan klimmen.

Omdat je alleen oog hebt voor je mederijken, je ‘collega’s’ en concurrenten, ben je blind voor hen die niet rijk zijn. Je ziet hen wel, maar als figuren op de achtergrond. Je weet wel dat jouw rijkdom mede de vrucht is van de arbeid van talloze gewone of zelfs arme mensen, maar dit dringt niet echt tot je door. Mensen die in de mijnen werken, een paar honderd meter onder de grond, daar gevaar lopen en alles bij elkaar maar een mager salaris krijgen. Vrouwen en kinderen die de kleding maken die jij koopt en veel duurder verkoopt.

Wederkerigheid

Anders gezegd: je profiteert van de anderen, je bent rijk mede op kosten van het zweet en het bloed van anderen. Je bent wat dat betreft in een soortgelijke positie als de farao van Egypte, waaruit God juist het volk Israël bevrijd heeft.
Jezus verklaart dat het voor een rijke bijna onmogelijk is het rijk van God binnen te gaan. Wanneer een karakteristiek van het rijk van God is dat daarin gedeeld wordt, is het vanzelfsprekend dat rijke mensen zich daarin niet thuis voelen.

Wel was rijk zijn in de tijd van Jezus niet hetzelfde als nu. In zijn tijd – en die duurde nog tot aan de zogenaamde industriële revolutie in de achttiende eeuw – werd je rijk door veel te geven. Hoe meer mensen je iets – geld, krediet, privileges – kon geven, hoe rijker je werd. Want de economie van toen werd beheerst door de regel van de wederkerigheid: als iemand je iets gaf, voelde je je verplicht iets terug te geven, liefst van gelijke waarde of net iets meer.

Arme rijken

Door te geven schiep je voor de ander de verplichting iets terug te geven, nu of in de toekomst. Je bond mensen aan je. Dat had economische gevolgen, maar ook politieke. Zo kon er een soort patronaatssysteem ontstaan zoals in het Romeinse rijk gebruikelijk was: een patroon had verschillende cliënten waar hij op kon rekenen. Hij had tegelijk verplichtingen aan zijn ‘cliënten’. In sommige gevallen kwam de rijke op voor zijn ‘horigen’. In verschillende West-Europese landen werden de eerste sociale wetten ingevoerd door de ‘aristocraten’, die nog vasthielden aan de pre-industriële maatschappijvorm.

Rijk worden in een kapitalistische economie en maatschappij deed je in eerste instantie door geld en goederen voor jezelf te verzamelen en vervolgens te investeren in activiteiten die winst opleverden – in de pre-industriële maatschappij zou men dat woeker noemen.In de huidige consumptiemaatschappij word je rijk door zoveel mogelijk mensen te verleiden jouw product te kopen. Ook hiervoor is in het rijk van God weinig ruimte.

Een rijke kan zeer arm zijn.

Deel!Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Print this page

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *