Verwacht niet alles van het leven

‘Ik geloof in het leven vóór de dood’ is inmiddels een bekend reclamespotje op de radio. Het is een oproep om lid te worden van het Humanistisch Verbond. Eerdere spotjes zetten zich af tegen het sterker worden van de religie in de samenleving. Deze dreiging schijnt nu minder prioriteit te hebben.

Wat betekent geloven hier? Een oude omschrijving van geloven is het aannemen van het bestaan van iets dat men niet ziet. Of liever nog: vertrouwen op iets of iemand die men niet ziet. Maar het leven is tamelijk zichtbaar en vertrouwen is niet het tegenovergestelde van zeker weten. Dat geldt immers maar voor een beperkt deel van het leven, want zonder vertrouwen vaart niemand wel.

Veel van onze beslissingen berusten op vertrouwen. Daarbij is het beter een keer teleurgesteld te worden in je vertrouwen dan steeds met argwaan naar anderen zitten te loeren. Ressentiment is een vreselijke levenspartner, het vergiftigt je leven. Het ‘Geloven in het leven’ van het Humanistisch Verbond zal dus wel een vorm van vertrouwen zijn: dat het leven hier en nu in beginsel goed is. Het leven is de moeite en de pijn waard en er hoeft niet ‘meer’ leven te zijn.

Deze ‘geloofsbelijdenis’ is kort en krachtig. Hoor, mensen, richt je attentie op het ene en focus al je krachten, je hart en je ziel op het leven hier en nu.

Toch is dit credo vooral defensief. Ze verzet zich tegen het idee van een leven dat sterker is dan de dood. De vooronderstelling is dat je het leven alleen serieus neemt als een waarde in zichzelf, als je de gedachte verwerpt dat de dood niet het einde is. Op zich is dat voorstelbaar. Lang is mensen verteld dat het doel van het leven is om ‘in de hemel te komen’. Hemel en aarde zijn in die religieuze traditie concurrenten van elkaar, net als God en mens, en net als ziel en lichaam. In die visie moet het lichaam gedisciplineerd worden als een onwillige ezel, omwille van de redding van de ziel.

De meeste boeken van het Oude Testament kennen alleen het leven hier en nu. Ze zijn ‘humanistisch’. De gedachte van een leven na de dood, of een verrijzenis uit de dood, ontstond pas in de tweede eeuw voor Christus. Die gedachte kwam voort uit de overtuiging dat de wereld rechtvaardig moet zijn, terwijl in werkelijkheid juist de goede en rechtvaardige mensen door onrecht sterven.

Dit vertrouwen in de verrijzenis – dit woord is maar een beeld – is geen vlucht uit het leven, maar juist een bevestiging ervan. Het leven is bedoeld om goed en rechtvaardig te zijn. Het leven is zinloos als mensen geen recht wordt gedaan. Toch wint in veel situaties het kwade. Geloven dat het leven altijd goed is en rechtvaardig, is naïef. Mensen maken de goede wereld soms tot een gruwelijke werkelijkheid.

Volgens mij doe je er beter aan dit leven wat te relativeren en er niet alle heil van te verwachten. Gek genoeg doe je dat als je gelooft dat de dood niet het einde is, en het leven sterker is dan de dood.

‘Life before death’ is een project van de Duitse fotograaf Walter Schels en zijn partner Beate Lakotta. De portretten van mensen voor en na hun dood gaan vergezeld van korte, indringende interviews. Klik op de afbeelding om meer te zien (Engelstalig).

 

Deel!Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Print this page

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *