Geweld zit al in onze bouwstenen

De menigte die Jezus inhaalde in Jeruzalem - hier weergegeven door Fra Angelico - was korte tijd later de meute die om zijn dood riep.

De menigte die Jezus inhaalde in Jeruzalem – hier weergegeven door Fra Angelico – was korte tijd later de meute die om zijn dood riep.

Een bekend Italiaans spreekwoord luidt: ‘een vertaler is een verrader’. Dat is waar. Zo wordt bijvoorbeeld het Griekse woord ochlos meestal vertaald met ‘de schare’, ‘de menigte’, ‘de velen’, ‘iedereen’, maar een andere betekenis heeft, namelijk ‘de meute’.

De meute is een nog niet, of juist net georganiseerde groep mensen, die haar eenheid en kracht ontleent aan het vervolgen en eventueel grijpen en vermoorden van een mens. Het is een soort chaotische ‘jachtstoet’, maar dan zonder pracht en praal en niet gericht op het vangen van een dier, maar op het grijpen van een mens.

Jezus is bang dat de menigte hem gaat vermorzelen. Daarom gaat hij in een bootje zitten en preekt hij van daaruit. (Mk 3,7). Hij is niet de enige die bang is voor ‘de menigte’. De opperpriesters en farizeeën zijn in het passieverhaal (Mt 21,46) eveneens bang voor de menigte. Zij kan omslaan en in plaats van zich op Jezus te richten zich afzetten tegen de autoriteiten en met hen doen wat ze nu met Jezus doen.Jezus verricht verschillende wonderen, waarbij de te genezen man of vrouw als een individu naar voren wordt gehaald. Soms moet de genezen mens met hem meetrekken, soms wordt hem nadrukkelijk bevolen geen lid meer te zijn van de ‘meute’. Een andere keer moet de genezene blijven waar hij is, maar moet dan missioneren.

Enige keren suggereert Jezus dat de menigte mede oorzaak is van de ziekte van de te genezen mens. Hij neemt een mens die doof is en slecht spreekt weg uit de menigte. Het ziet er naar uit dat die mens niet opgewassen is tegen het lawaai en grootspraak van de anderen. Of hij plaatst een zieke juist op een sleutelpositie, terwijl hij eerst gemarginaliseerd was (Mk 7, 31-37; 3,4). Jezus voert een blinde weg uit het dorp en geeft aan dat het dorp een geïnstitutionaliseerde meute is. Het leven in het dorp maakt blind. Bij het genezingsproces ziet hij eerst mensen die rondlopen als bomen. Betekent dit dat de mensen van het dorp rondliepen alsof ze langer waren en machtiger dan ze in feite zijn? Bij de tweede handoplegging verdwijnen deze beelden.

Jezus’ genezingen zijn niet altijd welkom. Wanneer hij een melaatse geneest – melaatsheid is meestal zeer besmettelijk – kan hij niet meer openlijk een stad binnenkomen (Mk 1, 40-45). Onduidelijk is wie die ‘hij ‘is, Jezus of de melaatse – of beiden? Waarom wil het dorp hem niet ontvangen? Dankzij de melaatse wisten ze wie gezond was en wie niet. Ze moesten wel vasthouden aan hun eigen praktijk en zorgen dat de voormalige melaatse (en/of zijn genezer) niet werden toegelaten. De genezing lijkt zo een grote mislukking. Maar van alle kanten komen mensen op hem – op Jezus en/of de melaatse – af.

Het is mogelijk dat de meute zich bekeert tot Christus en een (kerk-)gemeenschap wordt. Een voorbeeld hiervan is Lukas 18, 33-43: de menigte marginaliseert een blinde. Jezus geneest hem en de meute wordt een liturgie vierend volk. Zo ook ontvangt bij Naïm een weduwe haar dode kind terug en de meute (waaronder waarschijnlijk professionele treurvrouwen) prijst God en identificeert zich zo met het Godsvolk.

De meute keert zich tegen Jezus, wanneer hij de rol van nationaal leider weigert. Ze komt met zwaarden en knuppels. Maar ze is in heel het evangelie al aanwezig op de achtergrond. Dit weten maakt het evangelie actueel. Want in onze samenleving is het geweld ook overal op de achtergrond aanwezig. Het is als het ware ingebrand in de stenen waarmee we bouwen. Het begint met pesten en het gaat door tot oorlog toe. Pasen verzekert ons dat dit geweld niet het laatste woord heeft.

Op de website van de dominicanen vindt u een portret van Fra Angelico, schilder en dominicaan.

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Jezus, de Christus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.