Pasen: over vergeving en belofte

Maria Magdalena, 'apostel der apostelen', in de tuin, na Jezus' dood.  'Noli me tangere' zegt Jezus: houdt me niet vast (Johannes 20,17). (Afbeelding: Fra Angelico)

Maria Magdalena, ‘apostel der apostelen’, in de tuin, na Jezus’ dood. ‘Noli me tangere’ zegt Jezus: houdt me niet vast (Johannes 20,17). (Afbeelding: Fra Angelico)

Volgens de joodse filosofe Hannah Arendt is samenleven alleen mogelijk als er plaats is voor belofte en vergeving. De belofte geeft ons vaste grond onder de voeten in een oceaan van onzekerheid die vanuit de toekomst op ons afkomt. De vergeving voorkomt dat wij vast blijven kleven aan het verleden, verstenen als de vrouw van Lot, vervallen tot gevoelens van ressentiment, meer dood dan levend zijn. Vergeving schept een nieuwe wereld, een nieuwe situatie, waarin je herboren kunt leven en werken.

Vergeving vinden we vaak een te groot woord; je hebt niet altijd het gevoel dat je veel te vergeven hebt, of vergeving nodig hebt. Maar vergeven is niet altijd een indrukwekkend en groots gebeuren. Het bij elkaar uithouden, verdragen, je verzetten tegen kwaadsprekerij is volgens mij vormen van vergeving.

De joden in de tijd van Jezus waren zich misschien meer dan wij bewust van het belang van vergeving. Er is een nauw band tussen vergeving en verrijzenis. Vooral het vierde evangelie, van Johannes, verbindt de twee. De verrezen Jezus geeft zijn leerlingen de gave van het vergeven. Aan zijn leerlingen – niet aan priesters, bisschoppen en paus, zoals kerkelijke documenten nogal eens suggereren, maar aan ieder die zijn leerling wordt.

We zullen nooit weten hoe de leerlingen tot het geloof gekomen zijn dat Jezus de levende was. Ook zij moesten geloven. Ze hadden geen ‘wetenschappelijke feiten’ in hun handen. Zij interpreteerden de werkelijkheid zoals wij ook doen. Waarschijnlijk is daarover gediscussieerd. Voor zover we kunnen zien, is de ervaring vergeven te worden een belangrijk element in de verrijzeniservaring.

De leerlingen hadden Jezus in de steek gelaten. Petrus ging hen daarbij voor. Pasen betekende in elk geval dat zijn meest intieme leerlingen die hem verraden hadden aan den lijve ervoeren dat zij vergeven en geaccepteerd werden. Zij gingen een nieuwe wereld binnen. Zij proefden in deze ervaring de nabijheid van Jezus. Misschien waren de vrouwen al eerder tot de slotsom gekomen dat Jezus leeft bij God. Maria van Magdala wordt wel de apostel van de apostelen genoemd. Ze is daarom ook de patrones van de Orde der Predikers (dominicanen).

Hun geloof, hun vertrouwen, de ervaring aanvaard te zijn zetten de leerlingen in vuur en vlam. Pasen en Pinksteren vallen eigenlijk op dezelfde dag. De uitdrukking ‘de derde dag’ verwijst niet naar een chronologische tijd, naar een kalender. Ze geeft aan dat er iets belangrijks gebeurt. We moeten opletten dat we het gebeuren niet missen. In het evangelie van Johannes vindt de verrijzenis al plaats bij de dood van Jezus. Wanneer de soldaat de zijde doorsteekt, komt er water en bloed uit, dat wil zeggen doop en eucharistie. Bij Matteüs staan mensen op uit de dood op wanneer Jezus sterft.

In de paasnacht wordt een nieuw vuur ontstoken, dat de aanwezigen vervolgens de kerk binnendragen. Pasen wordt het pas echt als het vuur in ons hart ontbrandt.

Deel!Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Print this page

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *