Kerktorens zijn geen bakens meer

kerktorenDe tijd is weer aangebroken om lange wandelingen te maken en te genieten van lange fietstochten. Aan de horizon zien we de torens van de kerken oprijzen. Ooit waren zij wegwijzers voor mensen, letterlijk en figuurlijk. In de roman Combray van Marcel Proust (1871-1922) is alles nog op orde. De kerk is er het middelpunt, zijn klokken ondersteunen het ritme van werk en rust. Alles verloopt ‘zoals het behoort’.

Het is de kindertijd van Proust, maar die veilige wereld is dan al aan het verdwijnen. De kerken hebben hun centrale positie in de maatschappij en het monopolie van religie en spiritualiteit verloren. Velen die zeggen op een spirituele wijze te willen leven, zijn afkerig van de kerk met haar rituelen, haar gemeenschap en haar dogma’s.

Zeker in Nederland wordt er een onderscheiding gemaakt tussen religiositeit en spiritualiteit.

Religieus zijn mensen die de transcendentie van God benadrukken. Meestal hebben zij ook een binding met een kerk. Spiritueel zijn mensen die zich aangetrokken weten door een zoektocht naar zichzelf, of een diepere kennis van zichzelf. Ze staan open voor het paranormale, voor ervaringen van verbondenheid en niet-religieuze transcendentie, voor reïncarnatie zoals die in Europa verstaan wordt. Zo bouwen ze aan zichzelf. Vooral boeddhisten zijn welkom als coaches, bij het gaan van deze weg naar zichzelf.

Het Boeddhisme komt over als een rationeel systeem. Er is lijden op deze wereld, maar er is ook een einde aan het lijden. Dit is een overtuiging die christenen en boeddhisten delen. Er is echter een opvallend verschil. In het oosten is reïncarnatie een negatief verchijnsel. Het moet worden overwonnen. Na de dood krijg je niet een nieuw aards bestaan, maar wordt je negatieve en positieve uitstraling tijdens je leven doorgegeven. De negatieve uitstraling moet worden overwonnen, waarbij mensen kunnen helpen die deze negatieve energie al voorbij zijn. Uiteindelijk wordt het nirvana bereikt, dat op verschillende wordt manieren opgevat. Bijvoorbeeld als de rust die ontstaat wanneer iedere begeerte is uitgedoofd, of als de bevrijding uit de dwaalsporen, veroorzaakt door een vals individualisme.

In het westen is reïncarnatie een positief verschijnsel. Het betekent dat ik vele levens mag hebben. Telkens wanneer ik herboren wordt, kan ik weer werken aan een verbetering van mijn geestelijke status. Het gaat hier niet alleen over theologische verschillen, maar hoe het leven in een kader staat.

Een andere vraag is of dragers van de nieuwe spiritualiteit betrokken zijn op het maatschappelijk gebeuren. Joantine Berghuijs concludeerde in haar recent verschenen dissertatie dat de bijdrage van louter spirituele mensen voor het welzijn van de wereld groter is dan die van geseculariseerde mensen. Maar ze is kleiner dan van mensen die zowel zich verbonden weten met de nieuwe spiritualiteit als met een religieuze traditie.

Kerktorens zijn geen bakens meer op de weg. We moeten die weg samen vinden. De eerste ontdekking is waarschijnlijk, dat het eerder gaat om gevonden worden, je laten vinden, dan om te vinden.

1 reactie

Opgeslagen onder Kerk

One Response to Kerktorens zijn geen bakens meer

  1. th.m.vanremagen

    Reïncarnatie betekent volgens mij “hernieuwde vleeswording” ofwel de leer van het “rad der wedergeboorte”, waarbij sprake zou zijn van zielsverhuizing.

    De leer dat de ziel na de dood van een mens niet verloren gaat of naar een eeuwige verblijfplaats gaat, maar verhuist naar een ander nieuw geboren mens of dier, wat voor christenen erg verwarrend is.

    Deze leer wordt met name verdedigd door theosofen en antroposofen en vele spiritisten, waarbij dan graag verwezen wordt naar filosofen als Pythagoras, Schopenhauer, Hegel en Goethe.

    In feite hangt deze leer nauw samen met de micro/macrokosmos-leer, want die verklaart hoe de ziel van de mensen samenhangt met de wereldgeest en met de zielen van alle andere mensen. Eigenlijk zou je het kunnen vergelijken met een evolutieproces, waarin de ziel na wellicht miljarden reïncarnaties tenslotte het einddoel bereikt: het opgaan in de kosmische ziel, de wereldgeest, het goddelijk wezen, het Al. De individuele ziel van de mens is maar een uitdrukking van een groepsziel, van de wereldziel en is op weg naar het Brahman of het Nirwana.

    Sommigen zoals bijv. de antroposofen beweren met verwijzing naar Johannes de Doper, dat hij een reïncarnatie van Elia zou zijn en dat Christus aldus zelf de reïncarnatie-gedachte geleerd zou hebben.

    In Lucas 1:17 stelt deze echter dat Johannes uitging in de geest en de kracht van Elia ofwel dat zijn dienst gekenmerkt werd door de dezelfde karaktertrekken als de dienst van Elia. Bovendien moet je bedenken dat als Christus Johannes “Elia” noemt, de discipelen zojuist nog Elia op de berg der verheerlijking hebben aanschouwd (Mat. 17:1-8). Zij zagen daar Mozes en Elia, niet Mozes en Johannes de doper.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.