Neutraal naar geweld kijken kan niet

Onlangs maakte ik een stevig gesprek mee. De vraag was: kun je een wetenschappelijk analyse geven van geweld? Met ‘wetenschappelijk’ werd niet verwezen naar de natuurwetenschap, maar naar de manier van denken in de andere wetenschappen zoals taal, geschiedenis, antropologie.

In het Noord-Ierse conflict zorgden de strijdende partijen er voor dat nieuwe onrust nog gemeld kon worden op het journaal...

In het Noord-Ierse conflict zorgden de strijdende partijen er voor dat nieuwe onrust nog gemeld kon worden op het journaal…

Dit was geen abstracte of academische vraag. Ze werd gesteld tegen de achtergrond van de oorlog in Oekraïene en terroristische daden in het Midden-Oosten. We dachten allemaal in eerste instantie aan de beweging van ‘de islamitische staat’. Dit is een conservatieve beweging, gedragen door een grote nostalgie. Het was van groot belang de procedures te kennen om meer te weten over geweld. Als we wisten hoe conflicten ontstaan, en zich ontwikkelen was het waarschijnlijk gemakkelijker een oplossing te vinden.

In het debat kwam naar boven dat ‘wetenschap’ hier betekende dat men zelf buiten het conflict staat en vanuit een duidelijk punt naar de gewelddadige situatie kijkt. Een dergelijk punt is echter niet te vinden.

Zo gauw je iets hoort over een conflict of gewelddaad, maak je al deel uit van het conflict. Je voelt je misschien een neutrale buitenstander, maar in de ogen van hen die expliciet geweld plegen ben je een instrument dat de verschillende partijen gebruiken, en misbruiken. Zo namen in de tijd van de ‘troubles’ in Noord-Ierland rond zes uur ’s avonds de meldingen van aanslagen toe, zodat ze nog dezelfde avond p de TV bediscussieerd konden worden en in de ochtendkrant aan de orde konden komen. De journalisten en redacteuren hielden in een paar cafés de wacht, waar ze vermoedden dat het eerste nieuws binnen zou komen.

Aan het gesprek nam ook een docente deel. Zij vertelde dat ze een keer bij de administratie een bepaalde collegezaal had vastgelegd. Toen ze echter gebruik wilde maken van de zaal, bleek dat een collega de ruimte al benutte. Dat nam ze niet. Ze voer tegen hem uit en de ruzie liep zo hoog op dat hij haar met fysiek geweld buiten de deur zette. Een conflict was geboren dacht zij, waarbij het recht aan haar kant stond.

Een paar dagen later kwam er een student op haar af die haar zei dat hij door haar gedrag geschokt was. Toen ze collegezaal binnen ging, stond ze al in vuur en vlam. Haar collega reageerde op haar en werd vervolgens haar dubbelganger in het geweld. Ze besefte dat hij gelijk had. Het geweld begon niet bij haar collega, zoals zij steeds gedacht had, maar bij haar, toen ze de collegezaal binnenkwam. Ze schreef een brief met excuses aan haar collega.

Je kunt je afvragen of het conflict niet nog eerder begon, namelijk met het innemen van de ruimte door haar collega die daar misschien goede redenen voor had. Of bij de ouders van de docente die haar geleerd hadden niet de kaas van haar brood te laten eten. Of bij de velen met wie zij in aanraking was gekomen. Of werd de achtergrond gevormd door haar vriend die haar in de steek had gelaten? Allerlei factoren hadden op haar gedrag invloed kunnen uitoefenen.

Het is duidelijk: je kunt niet alles overzien. De oorzaak zoeken van een conflict is zoeken naar een speld in een hooiberg. Duidelijk zicht hebben op je plaats in een conflict is moeilijk, vooral als geweld daarbij een prominente plaats inneemt. Een wetenschappelijke analyse van heel het conflict is onmogelijk, omdat een neutraal standpunt van waaruit men kijkt niet bestaat.

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.