Credo tussen hypothese en gebed

Begin van het gezongen credo (ik geloof) op basis van de geloofsbelijdenis van Nicea (325).

Begin van het gezongen credo (ik geloof) op basis van de geloofsbelijdenis van Nicea (325).

De week van de eenheid van de kerken is al weer voorbij. In sommige parochies en gemeenten is deze gebedsweek aan de orde geweest, maar ik denk dat dit de meeste christenen onopgemerkt voorbij is gegaan.

Dit heeft vele oorzaken. Een daarvan is dat wij nu anders tegen eenheid aankijken dan in de jaren vijftig en zestig. Toen, maar ook nu nog, denken velen dat de kerken oorspronkelijk één geheel vormden en dat vervolgens er conflicten ontstonden, mensen tegen elkaar kwamen te staan en tenslotte zich partijen vormden die een eigen weg insloegen.

Maar het is eerder zo dat er geen eenheidskerk was. De geloofsbelijdenissen konden sterk van elkaar verschillen. Die speelden vooral een belangrijke rol bij de doop. Soms ontbrak een uitgeschreven geloofsbelijdenis. Ze had vaak de vorm van een dialoog.

De dopeling stond met een diaken of diakones in het water. De bisschop stond bij het waterbassin en vroeg dan: gelooft u in God. de almachtige vader? De dopeling bevestigde dat en de diaken dompelde hem / haar in het water. Dan vroeg de bisschop: gelooft u in Jezus Christus? De dopeling beaamde dit, en werd voor de tweede keer ondergedompeld. En zo verder.

De ene plaatselijke kerk had een korte tekst, de andere gebruikte een lange tekst. De tekst zei misschien alleen iets over God of over Jezus – bijvoorbeeld: Jezus is de heer. Of over God en Jezus of over Vader, Zoon en Geest. Elke plaatselijke kerk had zijn eigen geloofsbelijdenis. Dat werd niet als een probleem ervaren. Wel spiegelden de kleinere kerken zich graag aan de grotere. Dat was een van de redenen waarom Rome belangrijker werd. De kleinere gemeenschappen namen vaak de teksten van de grotere over.

In de vierde eeuw werd het mogelijk dat bisschoppen van alle kanten bij elkaar kwamen om te overleggen. Deze concilies veranderden de kerken. Ze functioneerden als een soort hogere bestuurslaag die alle lokale kerken overkoepelde. De geloofsbelijdenis werd een norm. Het werd gebruikt om te zien of je wel onder die koepel van het ware geloof viel. Als je de geloofsbelijdenis van het concilie beaamde, zat je goed. Maar anders liep je gevaar als zondaar en ketter gezien te worden.

Credo van een 11-jarige, bron: weblog predikant Benedikte (PKN Bilthoven).

Credo van een 11-jarige, bron: weblog predikant Benedikte (PKN Bilthoven).

Mijn inziens hoeven we niet tot één geloofsbelijdenis te komen. En zeker niet tot een belijdenis die gericht is op uitsluiting. We kennen God, de goddelijke werkelijkheid, niet. We kennen zelfs onze aardse werkelijkheid niet. Het is niet zo dat er een wereld is en dat wij daarvan de afstandelijke en neutrale waarnemers zijn. Wij zijn mede onderdeel van wat we zien. Onze formuleringen, hypothesen en stellingen veranderen in de loop van de tijd. Dat geldt van onze kijk op de geschiedenis, op de natuur en ook op het geloof. We kunnen de geloofsbelijdenissen van vroeger en van nu zien als een hypothese. In het gesprek met anderen kan zij verrijkt of /bekritiseerd worden, ze kan wijken voor betere formuleringen.

Het kan vruchtbaar zijn ieder een geloofsbelijdenis te laten maken en ze dan onderling met elkaar te vergelijken. Zo kan er een gemeenschappelijke geloofsbelijdenis ontstaan die overigens geen eeuwigheidswaarde heeft en geen uitsluitende functie heeft, maar wel een gemeenschappelijke herkenning oproept. Het gaat dan niet om een botte eenheid, maar om een taal die open staat voor verschillen en ze positief waardeert. Er worden daarbij wel degelijk afbakeningen aangegeven: je kunt niet tegelijk geloven in Jezus en in terreur.

Tenslotte: de oude geloofsbelijdenissen gebruiken voor ons woord ‘geloven’ een uitdrukking die eigenlijk ‘vertrouwen’ betekent: ‘ik vertrouw op God’ in plaats van ‘ik geloof in God’. Hier wordt de belijdenis een vorm van bidden.

 

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Kerk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.