Koning: alleskunner, zondebok of…

De bespotting van Jezus als koning. Jeroen Bosch, 1495.

De bespotting van Jezus als koning. Jeroen Bosch, 1495.

Op het moment dat ik dit schrijf, ligt Koningsdag al weer achter ons. De vrijmarkten zijn weer gesloten. Ik moet nog wennen aan het woord ‘koning’. Het komt waarschijnlijk van ‘kunnen’, Een koning is iemand die iets kan. De eerste koning van Israël. Saul, was zo iemand. Hij stak met kop en schouders boven iedereen uit’. Zijn opvolger David was eerder aan de kleine kant. Maar hij trok mensen aan, die door dik en dun hem trouw bleven.

Er is een theorie die zegt dat iemand koning wordt wanneer hij vaak kan. Iemand die voorop loopt bij de jacht en bij de strijd. De anderen volgen hem. Het koningschap wordt hem of haar wordt toegewezen op grond van de veronderstelling dat we hier iemand hebben die een winnaar is. Inderdaad waren er sterke mannen die aan de spits van hun troepen gingen. De aanval leidden en de soldaten enthousiast maakten. De koning meende dat hij onkwetsbaar was, en zijn onderdanen geloofden dat ook. De laatste Europese vorst die nog voorop ging was koning stadhouder Willem III bij de slag aan de Boyne 1n 1690. Deze stadhouder van de republiek van de verenigde provinciën werd na de overwinning koning van Engeland, Schotland, Wales en Ierland.

Een andere theorie is interessanter. De koning is niet een mannetjesputter, maar iemand die is aangewezen als offermateriaal.

De stammen, clans, gemeenschappen voelden zich kwetsbaar. Hoe lang bleef de groep nog bij elkaar? Ze hadden ervaring genoeg om te weten dat weinig dingen zo samenbindend waren als het roddelen met elkaar. Wat je nodig hebt voor de vrede en eenheid is een figuur die iedereen kent en waar iedereen wel iets over wil zeggen. Iemand die je de schuld kan geven van de onrust en onzekerheid die er heerst onder mensen. De spanning stijgt, de vijandigheid tussen de leden van de groep neemt toe. Zal de gemeenschap zichzelf vernietigen?

Er blijkt een uitweg te zijn. En masse storten we ons op degene aan wie wij de schuld geven van de huidige situatie. We stoten hem uit onze groep en doden hem. Hij of zij is onze zondebok. En we hebben succes. We zijn het in onze gezamenlijke actie het helemaal met elkaar eens. De gemeenschap is gered.

Al snel wordt dit een ritueel. Onze stad is gebouwd op een heuvel met een schrikbarende afgrond. We drijven de zondebok naar de afgrond en van louter angst springt hij er zelf in. Niemand van ons heeft hem aangeraakt, niemand is schuldig. Of we benoemen een apart iemand die namens ons de zondebok ombrengt. Elk jaar wordt dit ritueel uitgevoerd

We doen ook iets met de zondebok. We zijn immers redelijke wezens. We zijn er niet blind voor dat onze zondebok niet zo zondig is. We moeten zorgen dat hij schuldiger wordt. We geven hem of haar enig respijt. In die tijd mag hij alles doen wat hij maar wil. Hij mag zoveel vrouwen opeisen als hij wil, hij mag de mannen tot zijn soldaten maken, belasting heffen, dwangarbeid opleggen, de vrouwen inschakelen bij zijn hofhouding en hen geven aan zijn dienaren (1 Samuel 8, 8-18).

De koning krijgt dus tijdelijk veel macht. Hij gebruikt die macht om te zorgen dat niet hij door de massa vermoord wordt, maar een van zijn dienaren. Dit beginsel ligt nog verankerd in de grondwet: de koning is onschendbaar, maar zijn dienaar, de minister, moet gaan. Deze zondige koning is een gruwelijke man, maar hij bracht ook de vrede. Hij verdient de dood en verdient eer.

De weigering van Jezus zich tot koning te laten uitroepen ondermijnt dit gebeuren. Hij wordt volgens de evangelisten door de Romeinse soldaten getreiterd, tot koning gemaakt, zogenaamd vereerd en geslagen. Hij heeft een andersoortige vrede gebracht. Of die sterk genoeg is zal nog moeten blijken.

 

Deel!Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Print this page

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Jezus, de Christus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *