De kleur van macht of van Pinksteren?

Vanouds droegen de pausen rode schoenen, een verwijzing naar het bloed van de martelaren. Onder paus Paulus VI raakte dit in onbruik, maar paus Benedictus XVI droeg opnieuw rode schoenen, gemaakt door Adriano Stefanelli van Novara. De huidige paus Franciscus draagt gewone schoenen.

Vanouds droegen de pausen rode schoenen, een verwijzing naar het bloed van de martelaren. Onder paus Paulus VI raakte dit in onbruik, maar paus Benedictus XVI droeg opnieuw rode schoenen, gemaakt door Adriano Stefanelli van Novara. De huidige paus Franciscus draagt gewone schoenen.

Iedere groep, politieke partij heeft zo zijn ‘oneliner’. Een beroemde oneliner onder theologen is die van de Franse katholieke priester, theoloog en historicus Alfred Loisy (1857-1940): ‘Jezus kondigde het rijk van God aan en wat er kwam was de kerk’.

Het Vaticaan was er niet gelukkig mee en excommuniceerde hem in 1909, niet alleen vanwege deze zin. Maar zijn relativering van het bestaan van de Kerk die in zijn tijd ondanks de anti-kerkelijke wetten in Frankrijk nog steeds een machtig instituut was, zoals ook in ons land, maakte hem in het Vaticaan niet populair.

Jezus kondigde inderdaad de komst van het rijk van God aan: een wereld vervuld met gerechtigheid, waarin ieder mens recht wordt gedaan. Het is een wonder dat het groepje leerlingen na de dood van Jezus niet uiteen is gevallen. Pinksteren heeft de verkondiging van Jezus voortgezet. Pinksteren heeft het paasgebeuren voor ons bewaard, niet als een museumstuk, maar als een levend gebeuren. Het woord ‘opwekkingbeweging’ mag ons wat rillingen over de rug bezorgen maar we kunnen nog altijd uitwijken naar een makeover.

Wat er kwam na de dood van Jezus was niet het rijk van God, maar wel snelgroeiende groepen waarvan de leden probeerden het visioen van het rijk van God vorm te geven, levend in de verwachting dat dit rijk eenmaal in zijn volheid zou komen. Er was aanvankelijk niet één kerk, maar kleine groepjes gelovigen in het Romeinse rijk, die elkaar zo nodig hielpen en ondersteunden.

Heel concreet werd dat in de gastvrijheid. Normaal konden alleen rijke mensen reizen. Maar joden en christenen, aanvankelijk nog gezien als een groep binnen het jodendom, konden dat ook. Want bijna overal was er wel een synagoge en een christelijke gemeente. Er waren nog geen kerkgebouwen als nu de St Pieter in Rome, de kerken vormden geen wereldwijde organisatie, en er was geen alles overkoepelende instantie van toezicht.

De huisgemeenten hadden hun eigen problemen zoals wie er wel of niet namens de groep mocht spreken. Er kwamen langzaam aan functionarissen, van wie de taken voor ons niet zo duidelijk zijn. De groepen gaven een eigen inhoud aan die taken. Ze kozen daarvoor namen die uit de gewone wereld stamden. De rondtrekkende missionarissen, ‘apostelen’ genoemd vervulden misschien de taak van ‘opzichter’, van ‘visitator’. Zij zijn misschien de voorlopers van de latere bisschoppen.

Waren die groepjes democratisch? Je kunt zeggen, dat deze ‘vergaderingen, gemeentes, kerken’ zich vormden in een cultuur en samenleving die bestond uit ‘huizen’, kleinere en hele grote, waar de familie en de slaven samenwoonden met aan het hoofd een man, een patriarch aan het hoofd.

Er was de eerste eeuwen geen kerkgemeenschap die boven alle andere stond. Maar elke gemeenschap had zijn eigen adres, kwam in een bepaald huis bijeen en het hoofd van het huis was bij de leiding betrokken. In het Nieuwe Testament vinden we ook een paar voorbeelden van vrouwen die leiding geven aan een huisgemeente. De traditie van het ‘huis’ had invloed op de manier waarop christenen kerk waren. Op hun beurt hadden de huisgemeenten invloed op deze traditie. Vrouwen, kinderen en slaven waren lid van de huisgemeente en hadden een betere positie dan in een seculier ‘huis’.

De kerk heeft steeds weer de invloed van de samenleving ondergaan. Zo is Rome vooruitgeschoven als laatste, beslissende stem in juridische zaken en zijn bisschop heeft zich laten beïnvloeden door de keizer van Constantinopel. Dat is nog te merken. De rode kleur is die van de paus en kardinalen. De paus ondertekent met rode inkt.

Rood is oorspronkelijk de kleur van de keizer. Misschien kan het rood alsnog die van Pinksteren worden.

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Kerk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.