De blinde vlek van Zomergasten

Met een half miljoen mensen keek ik op 30 augustus naar de laatste uitzending van Zomergasten 2015. Wilfried de Jong interviewde drie uur lang de Vlaamse psychiater Damiaan Denys, hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam en afdelingshoofd van de afdeling psychiatrie van het AMC.

Klik op de afbeelding om de uitzending terug te kijken.

Klik op de afbeelding om de uitzending terug te kijken.

Denys had eerst filosofie gestudeerd in Leuven. Hij vertelde dat hij aan die studie veel te danken heeft. Dat was goed te merken in het interview, dat door deze achtergrond diepgang kreeg. Een psychiater moet een mensbeeld hebben, anders weet hij niet in welke richting te werken.

Een welkome verheldering was Denys’ beschrijving van zijn werk, de psychiatrie. Hij werkt vooral met patiënten met dwangstoornissen. Hij wil mensen gezond maken met hun gaven en tekortkomingen, maar dat betekent niet dat hij ze tot gelukkige en goede mensen kan maken.

Als je een leven zonder lijden wil, leef je niet helemaal; je staat buiten de wekelijkheid. Een gezond mens is iemand die op zijn eigen benen staat en leert om te gaan met het leed en de dood; de psychiatrie probeert dit te bevorderen. Maar daardoor kan een mens die bijvoorbeeld meer assertief wil worden of van zijn dwangneurose af wil, een onaangenamer of ongelukkiger mens worden.

Ik moet hier denken aan de Oostenrijkse-Amerikaanse psycholoog Victor Frankl, die aangeeft dat hij het geluk ziet als een bijverschijnsel. Geluk is geen ‘ding’; geluk is je eigen plaats hebben in het netwerk van menselijke verhoudingen.

Denys voelt zich verwant met Oliver Sacks, die net gestorven is. Ik ontleen aan de NRC een tekst van Sacks: ‘Ik kan niet doen alsof ik geen angst heb. Maar mijn belangrijkste gevoel is dankbaarheid. Ik heb bemind, ik ben bemind. Ik heb veel gekregen, ik heb ook iets teruggeven. Ik heb gelezen en gereisd, nagedacht en geschreven. Ik heb omgang gehad met de wereld, de bijzondere omgang tussen schrijvers en lezers. Boven alles ben ik een bewust wezen geweest, een denkend dier op deze prachtige planeet en alleen dat al is een enorm privilege en avontuur geweest.’

Dankbaarheid is ook het gevoelen van Denys. Hij vreest het ‘na de dood’, er niet meer zijn, niet meer productief kunnen zijn. De mens leeft met onvolmaaktheid. We moeten aanvaarden dat veel onbegrijpelijk blijft. Die onbegrijpelijkheid is wezenlijk voor het menselijke. Veel niet begrijpen betekent niet ‘abnormaal’ zijn. In dit verband gebruikt Denys heel even het woord ‘religie’.

Het is me opgevallen, in zowel deze als de andere uitzendingen van Zomergasten, dat er in het interview momenten komen waarbij het bijna vanzelfsprekend is om een ‘religieuze’ vraag te stellen. Is bijvoorbeeld de dankbaarheid louter een gevoel of heeft ze ook een ‘object’?

Zowel de interviewer en geïnterviewde lijken religie te vermijden. Misschien is dat omdat ze allebei vinden dat religie en geloof privézaken zijn. Of vinden ze religie en geloven onbelangrijk of roepen die te veel negatieve associaties op? Zien ze Knevel en Bodar als de ware gelovigen?

Wanneer komt de religie uit de kast?

*

Of lees ook: vijf hoogtepunten uit het gesprek met Denys.

2 Comments

Opgeslagen onder Geloven vandaag

2 Responses to De blinde vlek van Zomergasten

  1. ebba

    Ik vind dit een zeer zinnige tekst van u. Dank u hiervoor.

  2. Stan Gipman

    Wat pater Lascaris o.p. signaleert is mij ook opgevallen. Neoliberalen, humanisten, spinozisten, ongelovigen en in kennis te kort schietende interviewers negeren of vermijden vaak de verbindende menselijke kracht die de zoektocht naar en de betekenis van een God aan de gelovigen schenkt.
    Een gemiste kans voor hen tot medemenselijkheid, dialoog en gesprek.
    Al zolang het menselijk brein bestaat is er een hang naar vormen van transcendentie. De religie en spiritualiteit hoeft dus niet uit de kast te komen. De kast heeft wel altijd een nieuwe sleutel, een nieuwe plank of een likje verf nodig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.