Verliezen: einde van zinvol bestaan?

Om me heen zie ik mensen actief zijn voor het welzijn van anderen. Er worden geen medailles uitgereikt.

Om me heen zie ik mensen actief zijn voor het welzijn van anderen. Er worden geen medailles uitgereikt. Ze beleven er wel zin in aan.

Wat een verdriet, wat een gejammer. De Olympische spelen zijn vol van uitbundige vreugde, maar het verdriet van de vele verliezers overstemt het gejuich van de enkele winnaar.

Vooral het gejammer van de Nederlandse judoka’s kwam boven alles uit. Ze waren in een luttel moment weggevaagd. Aan dit moment gingen uren, dagen, jaren van trainen vooraf, van vroeg opstaan, vroeg naar bed, in ijskoud water duiken, rennen in het ochtendgloren, of in de stromende regen. Sneeuw en ijzel ontmoeten je. Benen breken, ribben raken gekneusd, blessures volop. Men vraagt om meer begeleiding, de doktersrekeningen stromen binnen,

Sporten is gezond, zegt men. Topsport is het zeker niet. Ik weer niet of er ooit statistieken bijgehouden zijn van het verdere leven van grote sporters over hun gezondheid en geluk, voor zoverre dat te meten is.

Is sporten wel gezond? Ik herinner me dat ik eens met een gymnastiekleraar een wandeling maakte in de uiterwaarden, dicht bij mijn huis. We liepen gewoon wat te praten. Hij verzekerde mij dat dit gewoon lopen of gewoon fietsen gezonder was dan al dat sporten.

In deze weken van de Olympische spelen wordt hard geroepen dat er voor de sport meer geld moet komen en dat er een minister van sport moet zijn. Ik heb een boos vermoeden dat de bobo’s zich bij de verdeling van de gelden niet zullen vergeten.

Wat deze minister meer moet doen dan geld verzamelen voor de sport en dat geld verdelen is mij niet duidelijk. Als ik minister van sport zou zijn, zou ik misschien alle subsidies voor de sport intrekken, behalve voor kinderen, pubers en gehandicapten. Voor hen zou er dan meer geld beschikbaar zijn. De topsport zou moeten inleveren – geen dure behandelingen van blessures meer. Minder blessures en dus ook fysiek lijden en minder psychisch leed.

Schokkend vind ik dat deelnemers die verliezen hun verlies zien als het einde van een zinvol bestaan. Ze hebben heel hun leven gericht op het winnen van een medaille. Die ene seconde of minder, de bijna niet te meten afstand die een gouden verschil maakt tussen de deelnemers. Je bestaan wijden aan trainen en nog eens trainen, niet eens gericht op het vermaken van mensen, maar op een voor hem of haar een zinvol leven.

Is het fysiek beste deel van je leven wijden aan topsport zinvol? Als ik om me heen kijk, zie ik mensen actief zijn voor het welzijn van anderen. Er worden geen medailles uitgereikt, maar ik ben er zeker van dat het merendeel van die mensen een zinvol en rijk bestaan hebben.

De zin van hun leven kun je niet wegblazen als een klein pluisje, een momentje. Ze concurreren niet met elkaar, vergelijken zich niet met elkaar, lijden wel vaak onder het gebrek aan waardering. Billen wassen geeft meer zin aan het leven dan met een bepaalde worp iemand op de grond werpen.

En toch, ik moet het toegeven, zit ik soms gespannen te kijken naar een wedstrijd, ben ik blij wanneer het Wilhelmus klinkt, teleurgesteld wanneer het zilver wordt in plaats van goud. Ben ik toch een erfgenaam van het nationalisme? Word ik gefascineerd door het gevecht? Identificeer ik me met de overwinnaars?

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.