Religie tussen waarheid en wijsheid

atoombom

‘De atheïstische westerse tuin beloofde veiligheid, maar had daar de atoombom voor nodig.’

Op 30 oktober overhandigde de voorzitter van Amsterdam University Press in Huissen het eerste exemplaar van het boek Tussen waarheid en wijsheid aan de oud-katholieke aartsbisschop van Utrecht, mgr. Joris Vercammen. Deze laatste had een mooie redevoering, die echter niet sterk verbonden was met de teksten van het boek.

Het boek, onder redactie van Manuela Kalsky en André van der Braak, bevat vijftien artikelen plus een inleiding. Het maakt onderdeel uit van het onderzoeksproject van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving.

De titel verwijst naar de preektraditie van de dominicanen die dit jaar 800 jaar bestaan, waarin waarheid altijd een rol heeft gespeeld.

We hebben ooit een sollicitante gehad die eerlijk toegaf dat het enige dat zij wist over dominicanen, was dat zij iets met de inquisitie te maken hadden. (Ze werd aangenomen. Het boek wijdt anderhalve bladzijde aan de inquisitie).

Het boek gaat over het heden. Het meest recente onderzoek geeft wat Nederland betreft aan dat het geloof in een persoonlijke God die zich met ieder mens persoonlijk bezighoudt, afneemt van 47% in 1966 tot 14% in 2015.

Dit geloof wordt wel theïsme genoemd, al zullen vele gelovigen zich in die term niet herkennen. Geloven is hier een vaak fijnmazig netwerk van begrippen en riten. Het is in oorsprong een reactie op het atheïsme, dat met de natuurwetenschap in de hand verkondigde de wereld beter te kunnen verklaren en te kunnen beheersen dan het geloven in God.

Een woord als ‘verkondigen’ suggereert al dat het atheïsme en de natuurwetenschap als een soort religieus gebeuren verscheen. De nieuwe kennis zou de mens bevrijden uit niet-weten, uit ongelijkheid, uit afhankelijkheid. De vrije, autonome mens verscheen aan de horizon.

Het is niet zo dat religie verdween of nu aan het verdwijnen is. Als je om je heen kijkt, zie je een landschap vol tuinen: oude tuinen, wilde tuinen, agressieve tuinen die andere tuinen proberen te overwoekeren, nieuwe tuinen die nog nauwelijks te zien zijn. Tuinen lopen vaak in elkaar over, vermengen zich, maar bestrijden elkaar ook. Er lopen tuinlieden rond die een bepaald tuintje willen bewaren, hekjes oprichten, insecticiden gebruiken, bang zijn voor wat in hun ogen vreemd is.

De taal die gebruikt wordt is vaak verwarrend. Je kunt zeer goede redenen hebben het woord persoonlijk niet te willen gebruiken, maar in ons taalgebruik duiden we er het hoogste van de mens mee aan. Kunnen we wel spreken van God die wij niet kennen, zonder dit woord te gebruiken?

tussen-waarheid-en-wijsheidIntussen is de glorie van de eens overweldigende westerse tuin aardig aan het vergaan. De atheïstische westerse tuin beloofde veiligheid, maar had daar de atoombom voor nodig. Ze bracht angst, verdreef godsdienst naar de marge, maar overal waar enige ruimte was, schoot en schiet religie weer op.

Geloven is niet een vlucht uit de werkelijkheid, een ontsnapping aan de angst. Religie is het accepteren dat wij niet weten, God niet kennen, leven moeten met eindigheid en angst; in plaats van die te verdoezelen, bezig zijn met de belangrijke vragen die we al doende tegenkomen.

Geloven is een relatie met anderen, met God, met de natuur. Geloven is ontdekken dat een gedicht ons meer kan openen voor de werkelijkheid dan een natuurwet.

Deel!Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Print this page

2 Comments

Opgeslagen onder Geloven vandaag

2 Responses to Religie tussen waarheid en wijsheid

  1. Pieter

    Vermoedelijk hangt het ‘oude’ geloven in de basis vooral samen met vrees voor wat na het aardse leven mogelijk – maar volgens sommigen, vaak beroepsgelovigen als priesters en Schriftgeleerden – zal volgen. Men dekte zich in en zorgde voor ‘verdiensten’ die recht op een wederdienst zou verschaffen. Tegenwoordig geloven we daar grosso modo in het Westen vrijwel niet meer in; we menen hier op aarde goed te moeten doen aan medemensen, en aan de natuur/aarde/schepping die beperkt is in haar mogelijkheden. Niet anderen, maar wijzelf moeten daarbij een goed gevoel hebben en houden. Dat is het Laatste Oordeel geworden. We vergeten daarbij wel eens dat in ons laatste hemd (geestelijk en materieel) geen zakken zitten, en dat het uiteindelijk toch de liefde van anderen is die oordeelt over ons. Er is dus iets nodig in ieder mensenleven dat ons aan alle egocentrisme voorbij in een soort liefdesmodus zet. Hoe je het dan wendt of keert: liefhebben blijkt dan altijd te betekenen: overgave, zelfgave, zelfbeperking en ruimte laten/bieden aan anderen om ook een verstandig, verantwoordelijk liefhebbend wezen te worden en te blijven. Dat inzicht en de bijpassende (zelf)discipline komt je echter niet aanwaaien. Je moet stil worden en je openstellen: dus aanraakbaar/kwetsbaar worden; het ook zien bij anderen in verleden en of heden; erover praten en nadenken, om het je vervolgens in moeizame strijd en arbeid toch ook tot eigen vlees en bloed te laten worden. Het eindresultaat zal evenwel altijd een tekort behouden; heiligen worden we niet, maar we kunnen het op zijn minst proberen om te worden. Hoewel het soms anders mag hebben geleken, persoonlijk ben ik dankbaar – wil ik me dagelijks oefenen in dankbaar zijn – voor het leven dat ik kreeg en heb, maar ook voor wat het christelijk geloven en haar verkondigers me hebben doen inzien. Of het allemaal illusies zijn en projecties van mijn eigen behoeften en verlangens, kan me niet zoveel schelen. Het helpt me tot op heden om walging, boosheid en wanhoop om te buigen naar dankbaarheid en liefde voor mezelf en anderen, mits ze me niet naar het leven staan. En dat is toch al heel wat, in mijn geval. Of God dus bestaat buiten mij en of in anderen? Weten doe ik het niet. Als ie daar is, constateer ik alleen dat het zicht erop wel meestal voor mij verduisterd is, helaas. Liefhebben blijft dus voor mij een kwestie van lijfsbehoud en zelfbehoud, en dus van willen. Meestal wil ik ook, mits men me vrij laat te mijden wat me merkbaar en niet louter als vrees niet goed doet, zelfs als het uit/van de kerk komt en haar ambtsdragers enz. Vandaag is echter morgen niet, en dat mag eenieder hoop geven. Alles kan en mag veranderen, tenminste van mij! (Dit was geen agressieve stellingname, toch? Anders mijn excuses voor wie mijn woorden/getuigenis helaas aanstootgevend vonden. Vandaag kon ik niet beter. Vergaat dat niet alle mensen zo?)

  2. Frank Cornelissen

    Ik denk dat tegenwoordig christelijk geloven dieper geworteld is dan we denken. Ook al gaan meer en meer mensen niet of nauwelijks meer naar de kerk. Ik vind wel dat christenen op de een of andere manier de band met de kerk moeten blijven vasthouden, samen brood delen, om te vieren…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *