Het koninkrijk dat kwam

Klik om het artikel in NRC te lezen.

In NRC-Handelsblad schreef Jona Lendering op 22 december het artikel ‘Wie was Jezus van Nazaret?‘, met als conclusie dat het Koninkrijk niet kwam. Met zijn visie op de historische Jezus ben ik het goeddeels eens. Toch verschilt mijn visie wezenlijk van de zijne.

Wetenschap over het verleden is een heikele zaak. Onze informatie is beperkt, we kunnen alleen maar proberen de waarheid te benaderen. Bovendien zijn wij betrokken bij het verleden als zijn erfgenamen. We hebben gevoelens en oordelen die we bij onszelf vaak niet opmerken.

Dit geldt te meer als het over personen gaat die de geschiedenis ingrijpend hebben veranderd, vaak zonder dat te weten. Het ‘kindeke Jezus’ bijvoorbeeld, aan wie NRC Wetenschap een artikel wijdde. Wat weten we van hem?

Lendering situeert Jezus in het verarmde platteland van Galilea rond welvarende Romeinse steden. Jezus stond in het midden van deze gemarginaliseerden. Ik zou eraan toevoegen dat er nog een andere spanningslijn liep: die tussen de rijke tempel en de bewoners van dit platteland die de tempelbelasting niet konden opbrengen. Dat bracht een extra religieuze spanning met zich mee. Ze stonden in het krijt bij de tempel en bij God.

Ook ik denk dat Jezus vrijwel zeker een leerling was van Johannes de Doper. Hij werd ook beïnvloed door andere religieuze bewegingen. Jezus was niet in alles uniek.

Lendering zegt niets over het verschil tussen Jezus en Johannes. Jezus deelde met Johannes de verwachting dat de komst van de regering van God nabij was. Hoe ze die regering zich concreet voorstelden weten we niet, zelfs niet of ze daar woorden voor hadden, afgezien van ‘een wereld omgekeerd’. Verbazingwekkend is de verwachting van een spoedige komst van het Godsrijk in deze sociale en religieuze omstandigheden niet.

Johannes riep op tot bekering. Jezus verschilde van Johannes de Doper in zijn prediking dat God schulden kwijtschold zonder voorwaarden vooraf te stellen.

In de verhalen over hem komt vaak het thema terug dat hij het goede belooft aan hen die Johannes ‘addergebroed’ noemt. Jezus zegt bijvoorbeeld in het verhaal over hem en de kleine rijke tollenaar Zacheus dat hij bij hem te gast wil zijn en in zijn vreugde hierover betaalt deze zijn slachtoffers terug.

Dus niet: betaal wat je gestolen hebt terug en op die voorwaarde zal God je bondgenoot zijn, maar God is je bondgenoot, komt voor je op, wil voor jou het goede, ga mee in die ‘stroom’ en stel evenmin voorwaarden aan je naaste. Scheld elkaar schulden kwijt, morele schulden zowel als materiële schulden.

Een subtiel maar wezenlijk verschil. Niet: eerst de wet onderhouden en dan weten verbonden te zijn met God en medemens, maar je bent al verbonden met God en medemens en dat hoef je alleen tot uitdrukking te brengen.

Afbeeldingen uit NRC-artikel.

Waartoe dienen tempeldienst, reinheidswetten en de Tora dan nog, zal men zich in de jonge kerk gaan afvragen. Waarschijnlijk werd Jezus daartoe geïnspireerd door de oude wet van het Jobeljaar, dat bepaalde dat elke vijftig jaar de onderlinge schulden worden kwijtgescholden. Land dat je noodgedwongen had moeten verkopen krijg je weer terug. Voor Jezus en andere gemarginaliseerden was dit een aantrekkelijk visioen waarvan de vervulling als het ware om de hoek lag.

In feite was het jobeljaar nooit gevierd. Jezus wilde kwijtschelding op alle dagen, niet alleen maar op de dagen van het jobeljaar. Dit standpunt was een grotere en meer concrete bedreiging voor de gevestigde orde dan de prediking dat het rijk van God snel of minder snel zou doorbreken. In de kwijtschelding brak al iets van het rijk van God door.

Het paasgebeuren was waarschijnlijk een eindconclusie van gesprekken van leerlingen die zich voelden vergeven door hem die zij in de steek hadden gelaten.

Dat Bethlehem de geboorteplaats was van Jezus is een fictie, schrijft Lendering. Ja, maar het is meer dan een fictie. Het is, evenals de andere verhalen rond de geboorte van Jezus, een poging uit te leggen wie Jezus is, welke plaats hij heeft in de geschiedenis.

Was de verkondiging van de spoedige komst van het rijk van God, hoeveel nadruk zij ook kreeg, meer dan een instrument van overdracht zoals een harp muziek doorgeeft?

De beginnende kerk heeft geworsteld met het gegeven dat het rijk van God uitbleef. Maar wat Jezus achterliet was meer dan dat. Het evangelie van Johannes sluit af met de leerlingen de kracht te geven tot vergeven. Vergiffenis, kwijtschelding, schept een nieuwe wereld, een nieuw koninkrijk.

Ik betreur dat de kerk al spoedig voorwaarden stelde aan de vergeving. Maar dat is een ander verhaal. Over dit alles zou nieuw onderzoek vruchtbaar kunnen zijn.

Deel!Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Print this page

2 Comments

Opgeslagen onder Jezus, de Christus

2 Responses to Het koninkrijk dat kwam

  1. Pieter A.

    Prachtige theorie voor de mens die zich zorgen maakt over zijn relatie tot God en eeuwig leven of verdoemenis. Maar wie maakt zich daar zorgen om? Toch alleen die mens die eerst bang gemaakt is zo’n Laatste Oordeel waarbij de goede van de slechte mensen van elkaar gescheiden worden. Minstens de helft van ons land gelooft daar niet meer in als we de recente cijfers moeten geloven. De theorie van Lendering en Lascaris geeft dus een antwoord op een steeds minder gestelde vraag.
    Veel belangrijker voor ons vandaag is het antwoord op de vraag: hoe gaan wij mensen met elkaar om, en dan met name met hen die wij schade hebben berokkend, of die ons hebben benadeeld in materiële of immateriële zin? Met mensen die niet kunnen en of niet willen vergeven, en die feitelijk altijd weer de sfeer bepalen in de samenleving op micro én macro niveau? Het elementaire vertrouwen, hoe herstel je dat als er niet geluisterd wordt (kan worden) en men zich omdraait, afwendt c.q. men zich a priori al van je afkeert uit stuursheid en terechte of onterechte minachting? Wat te doen als men die minachting niet teniet kan/wil doen? Het Evangelie volgend kun je daar ook niet samen Eucharistie vieren. (Mat. 5, 22-26) Moet je het met een hardnekkige onrechtvaardige op een leugenachtig akkoordje gooien; jezelf soms aanbieden als boksbal waarop men zich naar believen mag blijven uitleven tot een van beide erbij neervalt?
    Wat voor zin heeft het om over zijn verhouding tot God te speculeren als men met zijn terechte of ten onrechte rancuneuze naaste al niet in het reine kan komen? Moeten alle christenen hun geloof afzweren om de moslims wereldwijd genoegdoening te verschaffen voor hetgeen hen door westerlingen, christenen ooit is aangedaan? Of omgekeerd: moeten moslims …. ? Je dierbaren zullen maar tot de onschuldige slachtoffers behoren … ! Misschien is zwijgen en sterven wel het enige juiste antwoord op eigen en andermans slechte daden en woorden. Een eventueel Kerstkind kan daar concreet of principieel geen betere draai aan geven, vermoed ik. Voor wie een ander kwaad deed van enige omvang is geen plaats meer in onze wereld van gelovigen noch in die van ongelovigen!

  2. jona lendering

    Dank! Mooie aanvulling, ben ik blij mee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *