‘Wahl ist Qual’

‘Wahl ist Qual’ zei de leraar Duits tegen ons, leerlingen van het gymnasium. ‘Zoek daarvoor nu eens een goede, typische Nederlandse vertaling.’ Wij zochten naar een typische Nederlandse uitdrukking.

De betekenis was duidelijk: kiezen is moeilijk. Ieder van ons kende die ervaring. Maar een typisch Nederlandse uitdrukking… We peinsden ons suf. Tot de leraar triomfantelijk riep: ‘Kiezen is moeilijk’. Gebrom in de klas. Was dat nu een typische Nederlandse uitdrukking?

Opstelling voor het lijsttrekkersdebat in Theater Carré in Amsterdam

Ik moest hier aan denken toen ik hoorde dat in elk geval vorige week nog driekwart van de kiesgerechtigden nog niet wist op wie of wat ze zouden stemmen. Kiezen is deze keer bijzonder moeilijk.

De kandidaten komen met eigen rekenwerk over hun voorstellen. Ik begrijp dat elk voorstel veel goeds bevat, maar dat het ook een kostenplaatje met zich meebrengt. De discussie gaat dan over de vraag: waar schuif je het geld heen? Ze gaat dus meer over de vraag naar het hoe dan naar het wat.

Bij tijden is de discussie vooral technisch van aard. Iedereen komt met een oplossing, maar iedere oplossing moet betaald worden. De voorkeur voor de ene oplossing ten koste van een andere hangt af van de politieke voorkeur. Maar betaald moet er worden. Het kan best zijn dat er een goede regeling komt voor een en ander wanneer het nieuw kabinet is samengesteld.

Onverwacht kunnen geheel andere problemen om bestuurlijk ingrijpen vragen. Over die problemen hebben we niet kunnen stemmen Degenen voor wie we gekozen hebben op grond van hun standpunt betreffende de AOW blijken nu regelingen moeten treffen ten aan zien van euthanasie of over onderwijs. Dat maakt de onzekerheid op wie te stemmen nog groter. Waar stem je eigenlijk over?

Er gaat een verhaal dat als Sigmund Freud niet wist wat te besluiten, hij zijn toevlucht zocht in een oud hulpmiddel: hij wierp een munt op na besloten te hebben dat kruis A zou zijn en munt B.

Dat lijkt wel erg primitief. Toch was dat niet zo. Eenmaal geworpen voelde hij na bij zichzelf of hij blij was met de uitkomt of niet. Was hij niet blij met het resultaat A, dan deed hij toch B.

In Engeland en andere landen met maar twee grote partijen kun je zo gemakkelijk je politieke voorkeur vaststellen. In Nederland is dat niet zo eenvoudig, gezien het grote aantal partijen. Je zou misschien een heel dobbelspel door moeten. Mens erger je niet zou misschien een goede kandidaat zijn.

Circus in Carré

Wat mij vorige week bij het lijsttrekkersdebat in Carré opviel, was dat geloven en lid van een kerk zijn wel even werd genoemd, maar kort als een privézaak werd afgedaan.

Dat lijkt me wat kort door de bocht. De scheiding tussen kerk en staat is een goede zaak. De  staat met haar monopolie op geweld mag niet het beleid van de kerk en het gedrag van de individuele gelovige bepalen. In extreme gevallen moet zij bescherming geven.

De kerk heeft geen macht, maar wel invloed. Gelovige mensen kunnen invloed uitoefenen op groepen en individuen in de samenleving. Ze kan kritiek geven op wat de staat doet, vooral op haar geweld. De staat gebruikt zijn geweld om groter geweld te bedwingen Maar de kerk moet niet blind worden voor haar eigen geweld.

Carré werd gebouwd als een circus. Ik ben als kind een paar keer naar een circus in Carré geweest. Dat was wel leuker dan het debat vorige week.

Deel!Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Print this page

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *