Volk van verbond, niet van contract

foto: Arjan Broers

Volgens Genesis 9 sloot God na de zondvloed een verbond met de hele mensheid, vertegenwoordigd door Noach. De regenboog was er het teken van.

Een belangrijke zuil in de joodse religie was en is dat God met Israël een verbond heeft gesloten. Geen verdrag of contract zoals wij dit kennen, want de partners zijn niet gelijk. Het joodse begrip ‘verbond’ gaat uit van het realisti­sche gege­ven dat er ongelijkheid is in macht en mogelijkhe­den.

Een verbond komt tot stand als een sterkere de verplichting op zich neemt op te komen voor een zwakkere en deze laat­ste dit aanvaardt. De zwakkere kan ook verplichtin­gen op zich nemen, maar dit is niet nodig om een verbond tot stand te sluiten. De spanning is niet: ‘houdt de ander zich aan zijn af­spraak?’, maar: ‘houd ik, de ster­kere, me aan de verplich­tingen die ik op me heb genomen?’

De zwakke is in de po­sitie van afhan­kelijk­heid, althans voor zover het verbond op hem van toepassing is. Maar hij is bovenal een appèl op de sterkere om zijn ver­plich­ting na te ko­men. Als zodanig is hij de ‘werkgever’ van de sterkere, en eventu­eel zijn rech­ter. De zwakkere heeft wel de plicht om binnen de ruimte van het verbond te blijven. Verlaat hij deze ruimte, dan valt hij buiten de zegeningen van het ver­bond.

De ontwikkeling van het begrip ‘verbond’ is voor Israël van beslis­sende beteke­nis geweest. Ze maakte het mogelijk een onder­scheid te ma­ken tussen de staat en het ideaal van menselijk samen­leven. De wetten van de staat zijn niet die van God. Zo kon de staat verdwijnen, zoals gebeurde in 587, en het volk toch blijven voortbestaan. Door het begrip ‘verbond’ is God niet meer de behoeder van de bestaande politieke orde.

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Joodse wortels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.