Woorden veranderen. Over Bijbellezen (1)

Er zijn manieren van Bijbellezen die ik als verouderd beschouw. Eén manier is om de gelovige voorstellingen die je in je hoofd hebt, terug te lezen in de Bijbel. Je gelooft bijvoorbeeld dat Jezus een offer was, dat gebracht werd om de toorn van God te verzoenen, en je sorteert en leest de teksten zo dat het ‘klopt’. Dit noem ik dogmatisch lezen. De teksten, en vaak afzonderlijke verzen, dienen dan als illustratie bij wat je toch al denkt. Ze bevestigen jouw denkbeelden. Verrassingen zijn uitgesloten.

Een andere manier van lezen die hierop lijkt is de fundamen­talisti­sche. Daarbij gaat het om de letterlijkheid van de tekst. Het bekendste voorbeeld is het eerste scheppingsverhaal, waarmee de Bijbel opent (Genesis 1-2,4a). Daarin wordt gezegd dat God in zeven dagen de wereld schept. Dus is de evolutie­leer onzin, zeggen fundamentalisten. Zij lezen de bijbel zoals je een natuurkunde­boek of computerprogramma leest.

In een bepaald opzicht zijn fundamentalis­ten heel modern. De moderne natuurwetenschap is ontstaan in de zeer geweldda­dige, onvei­lige en onzekere zeventiende eeuw. Wetenschappers wilden greep krijgen op de werke­lijkheid en de wereld, op het leven zelf. Fundamen­talisten gebrui­ken de Bijbel op dezelfde manier. Ze zullen alles proberen om hun stand­punt als het enige geldende erkend te krijgen. Daarbij kunnen ze moderne communicatiemiddelen gebruiken, maar hun lezen is voor-modern, pseudo-wetenschappe­lijk en magisch.
Het gaat daarbij niet om vertrouwen en overgave, maar om zekerheid en zelfbe­houd. De fundamentalist is bang zichzelf kwijt te raken als zijn eigen zekerheden bedreigd worden door andere ideeën. Het gekke is dat de natuurwetenschappers van nu erkennen dat hun kennis nooit in altijd en eeuwig geldend is. De moderne wetenschap weet dat kennis zich ontwikkelt, en dat er soms nieuwe manieren van kijken ontstaan (paradigma’s) die de bestaande kennis aanvult of vervangt.

Ook esoterische en occulte geschriften en praktijken, vaak aangeduid met new age, kennen vaak diezelfde magische zucht naar zeker­heid en controle op ons leven. Onze wereld verandert snel, en we verliezen onze zekerheden niet graag. Mensen kunnen zich overgeven aan allerlei vreemdsoortige opvattingen en praktijken. Als je er vragen bij stelt, kunnen ze veront­waardigd reageren. Een vraag is dan een aantasting van persoonlijke zekerheid.
Maar bij gelovig zijn hoort het stellen van kritische vragen. We kunnen alleen echt vertrouwen, wanneer we de onzekerheid en eindigheid van onszelf en onze wereld serieus nemen. Dat betekent kritisch zijn tegenover onszelf en onze werkelijkheid.

Zelf ben ik geschoold in de ‘kritisch-historische’ manier van Bijbellezen. Daarbij gaat het over de vraag hoe de teksten ontstaan zijn. Zo treffen we twee scheppingsverha­len aan in het eerste boek van de Bijbel: Genesis 1-2,4a en Genesis 2,4b-24. Waar komt ieder verhaal vandaan? Hoe verhouden zij zich tot elkaar? Wat is het religieuze gehalte van elk verhaal? Waar komen de verschillen vandaan tussen de verschillende verhalen over het leven van Jezus (evangelies)?

Ant­woorden op zulke vragen geven ons veel feitenkennis. Maar als we alleen deze methode gebruiken, blijft ons lezen armoedig. De rijkdom van de inhoud van de tekst blijft verborgen, omdat je als lezer op afstand blijft. Bovendien is inmiddels gebleken dat de Bijbel meer een eenheid is dan we tot voor kort dachten, al wordt die eenheid gevormd door het feit dat de verschillende teksten met elkaar in gesprek zijn.

3 Comments

Opgeslagen onder Bijbel

3 Responses to Woorden veranderen. Over Bijbellezen (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.