Verrijzenis (2)

De opgestane Heer. Schilderij van frère Eric van Taizé

In vele ge­tui­ge­nissen van het Nieuwe Testament over de ver­rijzenis van Jezus komt de uitdruk­king ‘de der­de dag’ voor. Zij suggereert een precieze bepaling van tijd. Maar in de Bijbelse taal is het een soort code die ons waarschuwt dat er iets be­langrijks gebeurt.

De woorden verrijzenis en opstanding geven aan dat de dood niet het laatste woord heeft. Jezus leeft, pre­ciezer: Jezus leeft bij God. Wat dit inhoudt weten we niet. We zijn immers zelf nog niet verrezen. De ver­rij­zenis is een ge­beuren dat niet binnen onze ervaringen valt. (Als iets bui­ten onze erva­ring valt, betekent dit natuurlijk nog niet dat het niet bestaat.)

We hebben er wel enig vermoeden van wat opstanding zou kunnen beteke­nen. We kennen zelf ervaringen die er een beetje op lijken. In een uitzichtloze situatie verandert plots ons leven en krijgen we hoop. Ziekte bedrukt ons, maar trekt zich terug. Onbegrip of zelfs vijandschap slaat om, omdat iemand een gebaar van vriendschap maakt. We vinden onszelf niet veel waard, maar plots blijkt iemand gewoon van ons te houden. Duisternis verkeert in licht, een dood­lopen­de weg biedt een on­ver­wachte doorgang. Dood verkeert in leven, zoals de lente na de winter.

De­ze ervaringen roepen de beelden op van ‘opstaan’ en ‘verrijzen’, deze gebruiken we als we willen zeggen dat Jezus, die in zijn aards bestaan met God leefde, na zijn dood op een nieuwe, voor ons onbegrijpelijke ma­nier met God leeft.

De verrijzenis van Jezus is niet te bewijzen. Wij zijn niet in een andere, betere of slechtere, positie dan de eerste leerlingen. Net als zij moeten wij de dood van Jezus inter­preteren: óf als een nederlaag van het recht en het leven, óf als een overwinning op het onrecht en de dood.
Een los ‘feit’ (bijvoor­beeld een kus of de dood van iemand) bewijst nooit iets. Je moet de samen­hang weten, en vervol­gens een interpretatie van het geheel geven, om te weten om wat voor een feit het gaat (bij­voorbeeld om een verraderskus of een liefdes­kus).

Een van de meest aansprekende verschijningsverhalen is die over de twee leerlingen die naar Emmaus gaan. Onderweg sluit zich een man bij hen aan die hen veel inzicht geeft, maar ze herkennen hem pas als ze samen eten en hij het brood zegent en deelt (Lucas 24). Deze verbeelding is van Luc Blomme en is geleend van de website van de dominicanen in Knokke, België. Klik op het schilderij voor meer.

In de verrijzenisver­halen komen verschijningen van Jezus voor. In sommige verhalen eet en drinkt hij of laat hij zich aanra­ken. Deze verhalen spelen zich af in onze wereld. Het is niet zo dat een stukje ‘andere wereld’ onze wereld binnenvalt. Wij zouden zo’n stukje ‘andere wereld’ niet herkennen, want we zijn alleen maar vertrouwd met deze, onze wereld.

Dat wil niet zeggen dat ze geen betekenis voor ons kunnen hebben. Zo zag een nicht van me – een vrouw die met twee benen op de grond staat – in een droom in de nacht dat haar zus stierf, haar in een prachtig licht aan­ haar ver­schijnen. Toen ze wak­ker werd, wist ze dat haar zus overleden was. Ze voelde zich getroost, maar besefte tegelijk dat haar droom geen bewijs was dat haar zus op een of andere manier nog leeft. Want leven met God over de dood heen heeft een kwa­liteit die ons ontsnapt.

Verschijningen bewij­zen de verrijzenis niet. We doen er volgens mij het beste aan om de verhalen van de verschijningen te lezen als getuigenissen. De leerlingen ervoeren dat Jezus bij hen bleef. Zij ‘zagen’ hem met hun geestesoog.
De verha­len van de verrijzenis en de verschij­ningen van Jezus zijn theo­lo­gi­sch van aard. Ze willen iets uit­zeggen over Jezus, maar beschrij­ven geen geschiedenis, geen gebeurte­nis­sen binnen onze wereld. Ze drukken het vertrou­wen uit dat ‘Jezus leeft met God’.

De verrij­zenis van Jezus wordt ons niet op­ge­drongen, maar kan in vrijheid beaamd of afge­wezen worden. Als je het beaamt, als je vertrouwt, kan dat je leven een nieuw perspectief geven, een wij­dere horizon, een hoopvol uitzicht.

1 reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

One Response to Verrijzenis (2)

  1. Jammer hoor, deze katholieke ‘vrijzinnigheid’ ….! Hij leeft voort in onze harten. Het waren getuigenissen. Natuurlijk, maar waarvan dan? Toch van iets dat ze zagen, van het gebeuren, de ontmoeting? Niet van hun eigen reflectie. Het ging juist dwars tegen hun eigen verwachting in.
    Staat in 1 Korinthe 15 niet dat het fundament van ons geloof juist de opstanding is? Niet de gedachte, maar de feitelijke gebeurtenis? En de Bijbel staat er trouwens vol mee.
    Laten we ophouden met woordspelletjes, en geloven in God, die het kon en het deed. Opstaan voor ons. De Opstanding en het Leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.