Heiligen: modellen ter navolging

Burgers van El Salvador dragen in een demonstratie een portret mee van Oscar Romero, de bisschop die op 24 maart 1980 in zijn kerk in San Salvador werd doodgeschoten vanwege zijn scherpe kritiek op de heersende militaire dictatuur. Romero is niet zalig- of heiligverklaard, maar wordt door veel mensen wel als een heilige beschouwd.

De katholieke kerk heeft ‘feesten van heiligen’. Ze houdt sommige overleden leden van de kerk in ere: de heiligen. Dit is traditie in de katholieke kerk en de oosters-orthodoxe kerken. De kerken uit de Hervorming doen dat minder (anglicaanse kerk) of helemaal niet (calvi­nistische kerken).

Aanvankelijk werden in de viering van de eucharis­tie de namen van overledenen voorgelezen, die mensen dierbaar waren wegens hun mar­teldood en/of inspirerende voorbeeld. In onze tijd blijven be­paalde namen nog steeds klinken: die van bisschop Oscar Romero bijvoor­beeld, van Dietrich Bonhoef­fer, paus Johannes XXIII, Mahatma Gandhi. We zien ze als mensen, die zich verenigen met de voorspraak van Jezus voor ons bij God. Sommige heili­gen zijn gebruikt bij de kerstening van Europa als vervangers van heidense goddelijke en heldhaftige gestal­ten.

In de geschiedenis kreeg het stoffe­lijk overschot van een heilige, delen daarvan en objecten, die met het lichaam van de heilige in contact waren geweest, een zekere verering. Ze worden ‘relieken’ of ‘relikwieën’ genoemd. Tijdens de vervolgingen van de christenen in de eerste eeuwen van onze jaartelling kwamen in Rome de chris­tenen samen in onderaardse kerkhoven (‘catacomben’). Ze verzamelden zich dan rond het graf van een martelaar. Hieruit is het gebruik ontstaan om in het altaar of in een doek op de tafel enkele relikwieën te bewaren.

Vooral in de tijd van de kruistochten (vanaf de elfde eeuw tot de der­tiende eeuw) man de populariteit van relikwieën zeer toe. Er ontstond daarin een levendig handel. De meest vreemde reli­kwieën doken op, zoals die van de Driekoningen, die nu nog in de kathe­draal van Keulen bewaard worden. Steden stegen in aanzien en vergrootten hun economi­sche macht door het bezit van belangrijke relieken, die bij feestdagen door de straten van de stad werden gevoerd. In Maastricht en elders gebeurt dit nog. In de moderne geloofsbele­ving is de verering van relikwieën nagenoeg verdwenen.

Reliekschrijn van Thomas van Aquino, de dertiende-eeuwse dominicaan en kerkleraar, in de Pauluskerk in Antwerpen, vroeger een dominicaanse kerk.

Er ontstonden natuurlijk allerlei mistoestanden rond de verering van de heiligen. In de middeleeuwen heeft daarom de centrale leiding van de kerk de heiligenverering naar zich toe getrokken. Via een ingewik­keld (juridisch) proces wordt nu be­proefd of iemand ‘heilig ver­klaard’ (‘gecanoniseerd’) kan worden. Dat gebeurt dan door de paus. Voor de fijnproevers vermeld ik hier nog het verschil tussen een zalige en een heilige: de eerste krijgt alleen aan­dacht in een bepaald land, de heilige kan overal met ere genoemd worden.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat vaak mensen zalig en heilig worden verklaard, omdat de centrale leiding van de kerk hoopt zo haar gezag te ver­sterken. Door heiligverklaringen schuift ze bepaalde mensen naar voren als modellen ter navolging. Voor zover ik zie, speelt de heiligenver­ering bij veel katho­lieken geen rol meer. Of er toekomst is voor de huidige prak­tijk van heilig­verklaringen en heiligenverering is de vraag.

Klik hier voor een uitgebreid overzicht van katholieke heiligen.

1 reactie

Opgeslagen onder Kerk

One Response to Heiligen: modellen ter navolging

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.