Jezus: ontmoeting in verhalen

De barmhartige Samaritaan van Eugene Delacroix (1798-1863). Samaritanen woonden in het noorden van Palestina en werden door andere joden beschouwd als minderwaardige joden.

De verhalen van en over Jezus blijven ons aanspreken, want ze vertellen hoe mensen met elkaar en hoe God met mensen omgaat. De verhalen van Jezus zijn gelijkenissen (parabels), die met beelden de menselijke situatie tekenen.

Een van de bekendste is die van de ‘barmhartige Samaritaan’ in Lucas 10:30-37. Jezus maakte voor deze gelijkenis gebruik van de afschuw, die de joden uit Judea koesterden voor de joden in Samaria. Bij een huwelijksgesprek vertelde de toekomstige bruid mij dat dit verhaal voor haar werkelijkheid was geworden.

Zij had een moeilijke periode achter de rug. Een vorige partner was seksueel gewelddadig geweest, en sindsdien had ze last van hyperventilatie. Op een avond fietste ze terug van haar werk en moest midden op een hoge brug afstappen: ze kon niet meer. De een na de andere forens reed haar voorbij. Toen stapte er een man af. Hij hielp haar weer op de fiets en begeleidde haar tot aan haar huis, hoewel hij in een ander deel van de stad woonde. Deze man was een Turk.

Een andere bekende gelijkenis is die van de eigenaar van de wijngaard, die arbeiders zocht om druiven te plukken (Matteüs 20:1-15). In onze maatschappij zou ze ongeveer als volgt kunnen luiden:

Een werkgever had een tijdelijk tekort aan personeel. Via een uitzendbureau kreeg hij hulpkrachten. Toen het op uitbetaling aankwam, kregen de tijdelijke werknemers evenveel betaald als de vaste, die zich miskend voelden en bedreigd in hun positie. Ze protesteerden middels de ondernemingsraad. De werkgever zond toen aan ieder lid van het personeel een brief met slechts één zin: ‘Waarom protesteer je, omdat ik goed ben?’

Een typerend verhaal over Jezus is dat van zijn ontmoeting met Zacheüs in de stad Jericho (Lucas 19:1-10). Zacheüs was een miezerig mannetje, niemand zag hem staan. Hij had daar iets op gevonden: hij pachtte van de Romeinen het recht om belasting te heffen, en kon zijn stadgenoten daarmee behoorlijk benadelen.

Toen Jezus in de stad kwam, wilde Zacheüs hem graag zien. Daarvoor moest hij in een boom klimmen, met het gevaar zichzelf belachelijk te maken. Jezus ziet hem en zegt dat hij bij hem komt eten. Zacheüs voelt zich gezien, maar zijn stadsgenoten protesteren: waarom is Jezus te gast bij die vent, die kleine uitzuiger?
Zacheüs keert zijn leven om, geeft de helft van zijn bezit weg en vergoedt de schade van zijn gedrag.

De gelijkenissen van Jezus zeggen ook iets over hemzelf. Jezus is de mens die hulp nodig heeft, de Samaritaan, de Turk, de tollenaar. Hij ziet mensen, en daardoor gaan anderen zien. Het zijn verhalen die ons een antwoord helpen formuleren op de vraag die Jezus zijn leerlingen stelde: ‘en wie ben ik volgens jullie?’ (Matteüs 16:15).

 

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Jezus, de Christus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.