Joden en christenen

Sinds de tijd van de scheuring tussen christenen en joden is er steeds rivaliteit geweest tussen joden en christenen. Toen eind vierde eeuw het christendom staatsgods­dienst werd, kwamen de joden in een positie van afhankelijk­heid ten op­zichte van de christenen. Tegelijk vormden zij in vele gebie­den het enige alternatief voor mensen die geen christen wilden zijn. Christenen zagen hen daarom als concurren­ten.

Pogrom in Frankfurt, 1614.

Het ging pas goed mis toen op het einde van de elfde eeuw de kruistochten tegen de moslims begonnen. In het ver­brok­kelde West-Europa zochten toen christenen ijverig naar meer eenheid. Die vond men door zich gezamenlijk af te zetten tegen moslims en joden. Vanaf die tijd werden de joden de zonde­bokken van Europa. Ze werden vaak belasterd en van onzin­nige dingen beschuldigd zoals van kannibalisme, een beschuldiging die schrijvers van vóór het ontstaan van het christendom al maakten. Men be­schul­digde hen ervan Jezus vermoord te hebben. In tijden van crisis waren ze hun leven niet zeker.

Theologen en predikers zeiden dat het christen­dom het joden­dom vervangen had. Het jodendom zou dus eigenlijk overbodig zijn. Deze sfeer van jodenhaat heeft mede ertoe bijge­dragen dat het mogelijk werd dat Hitler – zelf geen christen – ongeveer zes miljoen joden in koelen bloede heeft laten ver­moor­den. De meeste christenen hebben evenmin als de meeste niet-christenen geen hand uitgestoken om deze joden­vervolging te voor­komen. Ze wisten niet dat de joden vermoord zouden worden, maar de transporten van de joden met het bijbehorend geweld waren gruwe­lijk genoeg.
Afgezien van hun negatieve houding tegenover de joden, was een belangrijke factor hierbij dat zij nooit ge­leerd hadden kritisch naar de maatschappij en de overheid te kijken. Ze waren te veel gewend om in een ‘chris­telijke’ en/of ‘humane’ maat­schappij te leven. Ze zagen niet dat deze maatschappij meestal helemaal niet zo christe­lijk was.

De Duitse paus Benedictus XVI bidt bij de Klaagmuur in Jeruzalem. Zijn voorganger Johannes Paulus II heeft grote stappen gezet in de dialoog, onder meer door te durven spreken over de schuld van de kerk ten aanzien van de Joden. Ook was hij de eerste paus die een synagoge bezocht en bad in Yad Vashem, de herinneringsplaats voor de Holocaust. (Klik op de foto voor zijn toespraak).

Pas sinds de Tweede Wereldoorlog is een voorzichtige dia­loog op gang gekomen tussen joden en christenen. Deze is een gevoelige zaak. Joden erkennen dat door Jezus heidenen toegang hebben gekregen tot hun traditie. Christenen zien nu de joden als hun oudste broer en zus. Ze ontdekken dat zij de bijbel vaak gelezen hebben zonder voldoende rekening te houden met zijn joodse oorsprong. De joodse kritiek op het christen­dom stemt christenen tot naden­ken. Was Jezus toch niet een erg onverwachte Messias? Hoe kun je Jezus Messias noemen terwijl de wereld met zijn komst geen recht­vaardige wereld is geworden? Brengt de onvoorwaardelij­ke verge­ving niet een grenze­loos geweld met zich mee?

Het gesprek tussen joden en christenen staat nog maar aan het begin. We weten niet waarheen dit ons voeren zal. De bezinning op het falen van de kerken ten opzichte van de joden, kan een nieuwe verhouding inluiden tussen joden en christenen. Ze kan een vernieuwing betekenen van het christendom als geheel. Want door zich opnieuw bewust te maken van haar joodse wortels, zal het veranderen.

4 Comments

Opgeslagen onder Joodse wortels

4 Responses to Joden en christenen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.