Niet om weg te gooien

‘Mens, gedenk dat je stof bent, en tot stof zult wederkeren’ is de oude tekst die gezegd word bij het opleggen van het askruisje aan het begin van de veertigdagentijd. Het is een realistische formule. Maar op Pasen blijkt dit maar één kant van de munt.

Stof en as zijn niet het laatste, zeggen Paulus en anderen. Er wordt bij de verrijzenis een geestelijk lichaam gegeven. Geestelijk betekent niet ‘spookachtig’, of ‘onecht‘. Geestelijk of spiritueel verwijst naar de Geest van God. Stof en as komen tot leven, omdat God een relatie onderhoudt met dit stof en deze as. Het lichaam van stof en as heeft waarde.

Een van de merkwaardigste katholieke rituelen: op aswoensdag krijgt iedereen, jong en oud, letterlijk ingewreven dat we dood gaan.

Een van de merkwaardigste katholieke rituelen: op aswoensdag krijgt iedereen, jong en oud, letterlijk ingewreven dat we dood gaan.

Dit blijkt onder meer uit wat er na de dood mee gebeurt. Een graf markeert de plek waar het dode lichaam ligt. Bij een crematie wordt de as uitgestrooid op een of meerdere plaatsen die voor de overledene of voor hen die rouwen belangrijk zijn geweest. Het cremeren en verstrooien is een ritueel, hoe armoedig het ritueel ook soms is. Het lichaam wordt niet zo maar weggegooid in een vuilniszak.

Lichaam: plaats en knooppunt

In de katholieke traditie wordt het dode lichaam met water besprenkeld en bewierookt. Door dit lichaam is hij of zij verbonden geweest met de aarde in weer en wind, met haar geschiedenis, met de genen van zijn voorouders, met vreugde en pijn, en bovenal, met de liefde of het gebrek daaraan. Tot in het derde en vierde geslacht geeft het lichaam seinen door dat in eerdere geslachten geweld en misbruik hebben plaats gevonden. Het lichaam zuigt de sfeer waarin het geboren wordt op als een spons: de liefde en de haat, vrede en onvrede. In en door zijn lichaam vindt een mens zijn plaats.

Het lichaam kan ziek zijn wanneer het geboren wordt, of later ziek worden. Het geeft grenzen aan en soms mogelijkheden de grenzen te verleggen of een andere betekenis te geven. Door dit lichaam houdt deze mens voeling met alles wat in en rond hem gebeurt. In het lichaam drukt een mens zich uit door geluiden en door lichaamstaal.

Je bent niet volledig autonoom

baby-handMet de geboorte krijgt een mensenkind het recht te bestaan, er te zijn, op te groeien en zich te ontwikkelen. Je mag niet zo maar alles doen met een kind: het heeft rechten. Eventueel kan het tegen zijn ouders in bescherming genomen worden. Het kan zelfs tegen zichzelf beschermd worden. Je schept jezelf niet, je ontvangt, je bent niet volledig autonoom, je staat open naar de toekomst. Je krijgt het leven.

Geloven in de verrijzenis bevestigt al deze waarden, met name het recht te bestaan en het vertrouwen dat er van je gehouden wordt. Zich minderwaardig vinden of zijn lichaam verachten is een vorm van ongeloof. Het lichaam en alles wat het vertegenwoordigt is voorbijgaand. Maar ‘voorbijgaand’ betekent niet ‘zonder waarde’.

In de Griekse filosofie en lang daarna was het onveranderlijke norm van wat goed en waardevol is. Voor ons is eerder het dynamische, het relationele, veranderlijke, levende waardevol. In het voorbijgaande kan een waarde aanwezig zijn, die kracht uitstraalt, mensen blijft inspireren; het voorbijgaande stuwt ons voort en heeft eeuwigheidswaarde heeft.

Stof, beeld van God

Een mens gaat voorbij, hij blijft voortleven in de herinnering van anderen en kan ervaren worden als een inspirerende kracht Maar de verrijzenis is meer. De vergeving die de leerlingen ervaren hebben na de dood van Jezus, hebben ze begrepen als zijn ademtocht die hen voortstuwt. Jezus is opgestaan uit de dood, is hun conclusie. Zulke ervaringen en interpretatie kunnen de onze zijn. De verrijzenis neemt het lichaam serieus, neemt elk individu ernstig. Wat je krijgt neemt God niet terug.

Bedenk dat je stof bent, maar dit stof is een beeld van God, het heeft eeuwigheidswaarde.

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

One Response to Niet om weg te gooien

  1. “Meer dan ik zelf”luidt de titel toch? God boetseerde uit stof. Waarom daarnaar niet teruggekeerd? Allleen de geest doet leven, heeft geen aankleding nodig in de eeuwigheid. Wel hier en nu, de tijd het veranderlijke. Daarna niet meerv nodig, de geest zweeft waarnaar hij/zij wil. Volkomen vrijheid, volledige overgave. Dankbaarheid, verdriet gaan in elkaar over… Eeuwigheidsmoment, oneindig rustpunt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.