Scheppen is hier en nu

scheppenDe verzameling geschriften die we de Bijbel noemen begint met de woorden: In den beginne schiep God hemel en aarde. Het Hebreeuwse woord voor scheppen ‘bara’ wordt alleen gebruikt in verband met God. We vertalen het met ‘scheppen’, maar weten eigenlijk niet wat we zeggen.

‘Scheppen’ brengen wij meestal in verband met ‘maken’, ‘ontwerpen’, ‘bouwen’, met daarbij de associatie van ‘nieuw’, ‘oorspronkelijk’, ‘perfect’. Op het einde van het eerste hoofdstuk van de Bijbel ziet God dat alles wat hij gemaakt heeft goed is. Niemand valt er over wanneer je zegt, zoals vaak aan het begin van een kerkdienst gebeurt: God die hemel en aarde gemaakt heeft. Op verschillende plaatsen in de Bijbel vinden wij de gedachte van maken terug. In Jeremia 18 vinden we het beeld van de pottenbakker die en pot aan het boetseren is en bij een mislukking weer opnieuw begint. Het gaat hier in de eerste plaats om het ‘scheppen’ van het volk van Israël, maar de overgang naar het scheppen van de wereld ligt voor de hand. God maakte de sterrenbeelden. God is onze maker.

Maken is een beeld om uit te drukken wat wij niet kennen en ons niet kunnen voorstellen: scheppen. Zijn er andere beelden te vinden voor scheppen dan alleen maken? Ik denk van wel.

Een ander beeld van scheppen en van schepping zou ‘beloven’ en ‘belofte’ kunnen zijn. Een belofte zegt iets over de toekomst en het heden. Iemand belooft me te steunen in die en die omstandigheden. De toekomst is onzeker. We kennen haar niet. De toekomst is een verraderlijke en wilde zee waar we ons niet of nauwelijks kunnen oriënteren. Maar een belofte geeft ons in die chaotische wereld een gevoel van zekerheid, bestendigheid, veiligheid. Zij is een eiland midden in een stormachtige zee. Er is een vaste plek waarop we kunnen staan en van waar we in beweging kunnen komen.

baraEen belofte geeft ons ruimte. We hoeven niet alles te inspecteren, we kunnen erop vertrouwen dat we de ruimte krijgen. Te midden van vele onzekerheden, mogen we blindelings erop vertrouwen dat we ondersteuning krijgen. Een belofte geeft ruimte en de mogelijkheid te leven. Zonder een belofte is het niet of nauwelijks mogelijk mens te zijn. De ervaring van het ontvangen van ruimte en toekomst wanneer iemand je een belofte doet, staat dicht bij de ervaring van scheppen en geschapen worden. Scheppen is toekomst geven. Dank zij de beloftevolle schepping kun je voortbewegen, vind je de kracht om verder te gaan.

Een belofte is een fragiel en daarom kostbaar gebeuren. De mens die de belofte heeft gedaan blijkt niet in staat haar te houden of de omstandigheden zijn radicaal veranderd. Toch is de belofte een creatief antwoord op de onzekerheid.

Een tweede ervaring van scheppen is de vergeving. Degene die vergeeft maakt een nieuwe wereld mogelijk voor zowel de dader als voor hem/haar zelf. De dader ontvangt nieuwe adem, komt een nieuwe wereld binnen. De ervaring in staat te zijn om te vergeven en de ervaring vergeven te worden, is scheppend, creatief, vruchtbaar. De wereld kleurt bij, er ontstaan nieuwe mogelijkheden, er gaat een nieuwe wereld voor je open, je wordt opnieuw geboren.

Het woord ‘schepping’ krijgt zo een rijkere en meer gevarieerde inhoud. We komen met onze menselijke ervaring wat dichter bij wat schepping is, zonder ooit bij de volle inhoud te komen. Daarnaast blijft de ervaring van het maken, vooral van een creatief maken bestaan. Een groot verschil met scheppen is dat begin en eind niet van belang zijn. Scheppen betekent uiteindelijk afhankelijkheid van God.

Het scheppen door God is niet een gebeuren in het verleden, maar vindt hier en nu plaats. We bestaan omdat we gewild worden.

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder God

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.