Leef ontspannen! Alles is genade

genadeIn het morgen- en avondgebed in onze kapel is er altijd ruimte voor voorbeden. Er is een boekje waaruit de voorganger voorbeden kan kiezen, maar er bestaat ook de mogelijkheid dat de voorganger zelf of een van de aanwezigen een voorbede formuleert.

Een enkele keer levert dat enige hilariteit op. Zo herinner ik me dat we op een avond een dame in ons midden hadden die in de stilte waarin een voorbede gemaakt kon worden, uitbarstte in: ‘God, geef ons veel genade’.

Er ging een onhoorbaar en toch onmiskenbaar gegrinnik door de kapel heen. In het gesprek aan tafel bleek dat we allemaal hetzelfde beeld hadden gehad: een grote bak water, dat over ons werd uitgestort.

‘Genade’ wordt hier voorgesteld als een brok materie, een stroom, een hoeveelheid energie die je kunt aftappen, een ding dat je kunt inpakken en uitpakken, iets dat je kunt meten in meer en minder.

De theologie – of lieve nog de catechese – heeft er zelf toe bijgedragen dat genade bijna een substantie werd. Je had zaligmakende genade en je had genade van bijstand. In het eerste geval was het een blijvend iets, de verhouding van God met ons, in het tweede geval was het een bijzondere kracht die je hielp iets moeilijks te doen. Je kon genade ‘verdienen’ en je kon genade verliezen. De zaligmakende genade kon je verliezen door zwaar te zondigen. De ‘dagelijkse’ zonde deed geen afbreuk aan de zaligmakende genade. De genade was iets dat boven de natuur van de mens uitstak, maar haar niet vernietigde.

Er is heel wat over de genade geschreven en gediscussieerd. De dominicanen en de jezuïeten lagen over dit thema vaak met elkaar in de clinch. De dominicanen hadden als moto dat alles voortkomt uit genade. De jezuïeten legden veel nadruk op de verdienste, op de goede daden waarmee je als het ware bij God in een beter blaadje kwam te staan. Volgens de dominicaanse traditie vloeien alle verdienstelijke daden voort uit de genade. Alles is genade, alles wordt aan je gegeven.

Het standpunt van de jezuïeten domineerde heel lang het kerkelijke erf, mede omdat het een duidelijke grens leek af te bakenen met de protestante, vooral Lutherse traditie. Inmiddels is deze strijd die vele theologen bezig hield, uitgeblust.

ademGenade is geen ‘ding’, maar een verhouding met God. Genade geeft een relatie aan, Zij is de liefde van God voor de mensen die nimmer uitdooft. Je moet er als mens voor open staan, maar er voor open staan is ook een gave, een genade. In het tweede scheppingsverhaal blaast God de mens adem in de neus en de mens wordt een levend wezen. De adem is en beeld van de verhouding van God met mensen. Je kunt als mens een obstakel opwerpen tegen deze verhouding en verhinderen dat zij jou raakt. Maar God blijft geven.

Het is een menselijke ervaring dat alle belangrijke dingen je gegeven worden. Dat is allereerst het leven zelf. Wij zijn niet onze eigen oorsprong. Niemand kan zichzelf het leven geven. Dit geldt ook voor de liefde. Je kunt die niet afdwingen of plannen. Ze wordt je geschonken. Je hebt haar evenzeer nodig als de lucht die we inademen.

Je kunt diploma’s halen door hard te werken. Dat is  zeer verdienstelijk. Maar dat mensen je omringen die van je houden is een gave. Dat geeft pas bodem aan je leven. Kinderen die niet geboren worden in een liefderijke omgeving blijken geen bodem te hebben, geen vaste grond onder de voeten. Dat gemis is nooit helemaal in te halen of te compenseren.

Alles is genade. Dat je liefde en het leven niet af kan dwingen, geeft je de mogelijkheid ontspannen te leven: met open handen in plaats van met dichtgeknepen vuisten.

Schrijf een reactie

Opgeslagen onder Geloven vandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.